Parochie O.L.V ten Hemelopneming

Algemeen Organisatie Actuele info Kerk en Kind Kerk rooster Pastorale zorg Algemene info

Algemeen

Home

Adres

Secretariaat

Pastores

Historie

Begraafplaats

Werkgroepen

Werkgroepen Liturgie

Koren

                 Begraafplaats.

Grafakte Begraafplaats te Prinsenbeek.       

Rechthebbende:                  

Achternaam _____________________________  Voorletters ____________    M / V

           

Adres__________________________________

 

Postcode____________    Woonplaats_______________________ Tel_____________

 

wenst voor onderstaande overledene een grafrecht gedurende een periode van 20 jaar voor:  (s.v.p. aankruisen)

(   )    een enkel graf tegen een tarief van € 850,-- voor grafrecht en een tarief van € 350,-- voor delvingskosten.

(   )    een dubbel graf tegen een tarief van € 1.700,-- voor grafrecht en een tarief van € 450,-- voor delvingskosten.

(   )    een kindergraf (overledene niet ouder dan 12 jaar), tegen een tarief van € 425,-- voor grafrecht en een tarief van

            € 200,-- voor delvingskosten.

(   )    een urnengraf voor een urn, tegen een tarief van € 1.200,-- voor grafrecht en een tarief van € 200,-- voor                plaatsingskosten, inclusief het urnenkeldertje.

(   )    een urnennis voor een urn, tegen een tarief van € 1.200,-- voor grafrecht en een tarief van € 200,-- voor          plaatsingskosten.

 

wenst voor onderstaande overledene gebruik te maken van het reeds gevestigde grafrecht op:  (s.v.p. aankruisen, voor toelichting zie achterzijde.)

(   )    een dubbel graf met, voor zover van het bestaande grafrecht minder dan tien jaar resteren, verlenging van   het grafrecht tot 10 jaar gerekend vanaf datum bijzetting, tegen een tarief van € 85,-- per aanvullend jaar en een             tarief van € 350,-- voor delvingskosten.

(   )    een dubbel graf met verlenging van het grafrecht tot 20 jaar gerekend vanaf datum bijzetting, tegen een tarief van    € 85,-- per aanvullend jaar en een tarief van € 350,-- voor delvingskosten.

(   )    een urnengraf of urnennis met verlenging van het grafrecht tot 10 jaren gerekend vanaf datum bijzetting, tegen       een tarief van  € 60,-- per aanvullend jaar en een tarief van € 200,-- voor plaatsingskosten.

(   )    een urnengraf of urnennis met verlenging van het grafrecht tot 20 jaren gerekend vanaf datum bijzetting, tegen      een tarief van € 60,-- per aanvullend jaar en een tarief van € 200,-- voor plaatsingskosten.

 

Overledene:

Achternaam_____________________________________

 

Eén voornaam en voorletters___________________________________________     M / V

 

Geboorte datum_____________________  Datum overlijden______________________

 

Echtgeno(o)t(e) / weduwe / weduwnaar / partner van_________________________________

 

Wordt bij de begraving gebruik gemaakt van een lijkhoes?   JA  /  NEE  (s.v.p. omcirkelen)

 

Uitvaartonderneming_________________ Contactpersoon __________________Tel__________

 

Rechthebbende verklaart tevens te hebben ontvangen in brochurevorm:

- Reglement voor het beheer van de begraafplaats van de R.K. parochie O.L. V. ten Hemelopneming te Prinsenbeek.  

- Voorschriften voor het toelaten van graftekens en grafbeplantingen.

- Besluiten ter uitvoering van het Reglement.

Alles zoals geldend ten tijde van de ondertekening van deze akte.              Versie

                                                                                                                       Januari 2012

 

 

 

 


 

 

Datum grafakte        Handtekening rechthebbende        Voor akkoord parochiebestuur                    

                                                                                                                                                        

___________         ____________________        _____________________                  

 

 

Toelichting op het gebruik maken van een bestaand grafrecht.

 

Wanneer voor een begraving of bijzetting van een urn gebruik wordt gemaakt van een reeds bestaand grafrecht eist de wet op de lijkbezorging dat minimaal tien jaar grafrust in acht wordt genomen.

Dit betekent dat wanneer van het lopende grafrecht minder dan tien jaar resteert, het grafrecht moet worden verlengd tot tien jaar na de bijzetting.

 

Wanneer van het lopend grafrecht tien jaar of meer resteert, dan gaat de wet er van uit dat      eerst deze periode wordt vol gemaakt en dat aansluitend de mogelijkheid bestaat tot verlenging van het grafrecht met telkens tien jaar.

           

In de praktijk stellen nabestaanden het evenwel veelal op prijs wanneer het grafrecht meteen verlengd kan worden tot twintig jaar na de bijzetting. Daarom bieden wij, in afwijking van de wettelijke regeling, op basis van vrije keuze, de mogelijkheid het grafrecht meteen tot twintig  jaar na de bijzetting te verlengen.

 

Concreet betekent dit dat de rechthebbende, degene op wiens naam de grafakte staat, altijd kan kiezen voor verlenging tot twintig jaar na de bijzetting, maar in ieder geval tot tien jaar na de bijzetting moet verlengen wanneer van het lopend grafrecht minder dan tien jaar resteren.

 

 

           

            Grafakte en toelichting                                                             los inlegblad

 

 

REGLEMENT VOOR HET BEHEER

 VAN DE BEGRAAFPLAATS

VAN DE .R.K. PAROCHIE

O.L. VROUW TEN HEMELOPNEMING

TE PRINSENBEEK

Inhoudsopgave

 

     I       Algemene Bepalingen                                                                       artikel   1 -   8

    II       Het vestigen van de grafrechten                                                       artikel   9 - 16

   III       Het verlengen van de grafrechten                                                     artikel 17 - 20

  IV       Einde van de grafrechten                                                                  artikel 21

IVa       Het recht tot asverstrooiing                                                               artikel 21a

   V       Indeling van de begraafplaats

en onderscheid van de graven                                                         artikel 22 - 29

  VI       Asbussen                                                          artikel 30 - 32

 VII        Graftekens en grafbeplantingen                    artikel 33 - 38

VIII        Tarieven en onderhoud                                   artikel 39 - 42

  IX       Overgangsbepaling                                         artikel 43

   X       Slotbepalingen                                                 artikel 44- 49

 

Voorschriften voor het toelaten van graftekens en

grafbeplantingen                                                     bladz. 21-25

 

Besluiten ter uitvoering van het reglement              bladz. 26-28

           

            Grafakte en toelichting                                             los inlegblad

 

 

I.          Algemene Bepalingen

 

Begripsaanduidingen

 

            Artikel 1

In dit Reglement wordt verstaan onder:

a.     bestuur: het parochiebestuur als vertegenwoordiger van de rechtspersoon R.-K. parochie O.L.Vrouw ten Hemelopneming te Prinsenbeek, eigenaresse van de begraafplaats.

            b.    begraafplaats: het terrein bestemd voor het begraven van overledenen en voor het begraven of bijzetten van asbussen van overledenen, gelegen aan de Markt te Prinsenbeek.

            c.    beheerder: degene die door het bestuur is belast met de dagelijkse leiding en het beheer van de begraafplaats.

            d.    particulier (urnen-)graf: een ruimte op de begraafplaats, bestemd voor het begraven van één of meer overledenen of hun asbussen, waarvan het uitsluitend recht voor de duur van 20 jaar is verleend aan één rechthebbende volgens de voorwaarden van dit reglement, welk recht kan worden verlengd.

            e.    particulier urnennis: een ruimte in het columbarium, bestemd voor het bijzetten van één of meer asbussen/urnen, waarvan het uitsluitend recht voor de duur van 20 jaar is verleend aan één rechthebbende volgens de voorwaarden van dit reglement, welk recht kan worden verlengd.

            f.     rechthebbende: de meerderjarige persoon of rechtspersoon aan wie het recht op een eigen (urnen-)graf of urnennis is verleend.

            g.    grafrecht: het recht op een particulier (urnen)graf voor twintig jaar, alsmede het recht op bewaring van één of meer asbussen/urnen in een eigen urnennis voor twintig jaar.

            h.     bijzetting:

                   1.     het begraven van een overledene in een graf waarin reeds een overledene is begraven;

 

                   2.    het begraven van een asbus/urn in een graf waarin reeds een overledene of een asbus/urn is begraven;

                   3.     het plaatsen van een urn op een graf, waarin reeds een overledene of een asbus/urn is begraven;

                   4.     het bijplaatsen van een asbus/urn in een urnenbewaarplaats of urnennis van het columbarium.

            i.      asbus: hermetisch afgesloten koker met de as van de overledene.

            j.     urn: voorwerp waarin één of meer asbussen zijn opgeborgen. De bepalingen voor asbussen in dit Reglement gelden ook voor urnen.

            k.    urnenbewaarplaats of columbarium: voorziening op de begraafplaats waarin asbussen of urnen in een onverbrekelijk afgesloten ruimte dan wel hecht aan de plaats van bijzetting verbonden worden opgeborgen.

            l.      strooiveld terrein dat bestemd is om as te verstrooien.

 

Bestuur

 

            Artikel 2

Het bestuur is gebonden aan het Algemeen Reglement voor het bestuur van een parochie van de Rooms Katholieke Kerk in Nederland en ter zake van het beheer van de begraafplaats bovendien aan dit Reglement.

           

 

            Beheerder

 

            Artikel 3

Het bestuur kan een van zijn leden of een andere persoon, in dit reglement te noemen de beheerder, belasten met de dagelijkse leiding en het beheer van de begraafplaats. De beheerder is bevoegd om namens het bestuur opdrachten te verlenen, het beheer van de begraafplaats betreffende en om namens het bestuur grafrechten te verlenen.

 

            Regelingen vóór een begraving

 

            Artikel 4

 

 

1.    Voor de begraving of plaatsing van een asbus dient aan de beheerder het verlof tot begraving of de bereidverklaring tot het bezorgen van de as te worden getoond.

2.    De voor de begraving en bewaring van een asbus noodzakelijke bescheiden, zoals de grafakte en de kwitantie van betaling van de verschuldigde rechten of een deugdelijk bewijs van begraving of bewaring van een asbus voor rekening van derden en de eventuele autorisatie van de rechthebbende moeten vóór de begraving c.q. bewaring aan de beheerder worden overgelegd.

           

 

Bevorderen van natuurlijke ontbinding

 

Artikel 4a

1.       Het is verboden om een overledene te begraven in een zinken of andere metalen of kunststof (binnen)kist.

2.       Bij de begraving van een overledene is het niet toegestaan deze van een lijkhoes dan wel van een lijkomhulsel te voorzien, welke niet voldoet aan het Lijkomhulselbesluit 1998 en alle overige wettelijk voorgeschreven vereisten ten behoeve van de bevordering van de lijkvertering en eventuele andere met deze regeling samenhangende doeleinden.

De rechthebbende heeft er zorg voor te dragen dat hijzelf dan wel de bij de lijkbezorging betrokken uitvaartverzorger hiervoor afdoende maatregelen neemt en desgewenst op verzoek van de beheerder een daartoe strekkende verklaring afgeeft.

3.       Het is verboden om in een kist of ander omhulsel voorwerpen of objecten bij te sluiten die niet tot de kist of de overledene behoren, anders dan kleine verteerbare grafgiften. De materialen die verwerkt zijn in de lijkkist, de lijkhoes en de kleding van de overledene dienen zoveel mogelijk van natuurlijk verteerbare aard te zijn. In geval van ernstige en gerechtvaardigde twijfel of de materialen aan deze eis voldoen, kan de beheerder een controle instellen. Blijken de gebruikte materialen niet aan de eis te voldoen dan kan begraving geweigerd worden.

4.    De rechthebbende is verantwoordelijk voor het naleven van de onder lid 1 t/m 3 vermelde voorschriften. Eventuele schade en/of kosten tengevolge van niet-naleving van deze voorschriften zullen op de rechthebbende worden verhaald.

5.    Indien blijkt dat een uitvaartonderneming handelt of gehandeld heeft in strijd met het reglement, kan het bestuur de begraving weigeren dan wel de betreffende uitvaartondernemer, voor bepaalde tijd of blijvend, uitsluiten van het verzorgen van begravingen op de begraafplaats.

 

 

De begraving van een overledene en de bewaring van een asbus

 

            Artikel 5

            1.    Een begraving of de bewaring van een asbus geschiedt op een dag en uur, met de beheerder tevoren overeen te komen en   volgens aanwijzing van de beheerder.

De begraafplaats is niet toegankelijk voor de lijkwagen of de volgwagens. De beheerder kan, uitsluitend voor mindervalide personen, uitzondering toestaan.

2.       De kist, dan wel het omhulsel en de asbus moeten zijn voorzien van een registratienummer welk registratienummer moet worden opgenomen in het register van de overledenen.

 

 

            Werkzaamheden op de begraafplaats

 

            Artikel 6

            1.    Het delven en dichten van graven, het openen van een graf, het opdelven van stoffelijke resten en het bijzetten van asbussen geschieden uitsluitend door het personeel van de begraafplaats of, in opdracht van het bestuur, door derden.

            2.   Het bestuur geeft aan hen, die door de rechthebbenden zijn belast met de bouw, de aanleg of het onderhoud van de graftekens en/of beplantingen gelegenheid om hun werkzaamheden te verrichten op tijden dat de begraafplaats daarvoor geopend is. Zij volgen hierbij de aanwijzingen van de beheerder.

            3.   Geen werkzaamheden mogen worden verricht op zon- en feestdagen en tijdens begravingen. Op zaterdagen mogen geen werkzaamheden door beroepskrachten worden verricht, in opdracht van rechthebbenden, maar is uitsluitend de grafverzorging door de nabestaanden toegelaten.

            4.   Iedere dag dienen gereedschappen, afkomende materialen en hulpmaterialen te worden meegenomen of te worden geplaatst of gestort volgens aanwijzingen van de beheerder.

 

 

            Bezoekers

 

            Artikel 7

Het bestuur bepaalt de tijden, waarop de begraafplaats voor bezoekers toegankelijk is. De begraafplaats is voor auto's en voor fietsen (al of niet met hulpmotor) gesloten. De beheerder kan voor mindervaliden uitzondering toestaan. Honden worden alleen aangelijnd op de begraafplaats toegelaten. Bezoekers worden verzocht luidruchtigheid te vermijden.

Voor het houden van dodenherdenkingen of de plechtige onthulling van een grafteken moet tevoren schriftelijke toestemming zijn verkregen van het bestuur.

 

            Administratie

 

            Artikel 8

            1.   Het bestuur is verantwoordelijk voor het voeren van de administratie van de begraafplaats. De administratie bevat in ieder geval het wettelijk verplichte register van de overledenen met vermelding van hun registratienummer en aanduiding van de plaats op de begraafplaats waar zij begraven zijn, alsmede een dergelijk register van de bewaarde asbussen. Deze registers zijn openbaar. Daarnaast bestaat er het nabestaandenbestand grafrechten, waarin de namen en adressen van alle rechthebbenden worden geregistreerd.

            2.    Het boekjaar van de begraafplaats loopt van 1 januari tot en met 31 december. Alle rechten, verleend in het eerste halfjaar worden geacht te zijn verleend per 1 januari daaraan voorafgaand. Alle rechten verleend in het tweede halfjaar worden geacht te zijn verleend per 1 januari daaropvolgend.

 

II          Het vestigen van de grafrechten

 

            Schriftelijke overeenkomst

 

            Artikel 9

1.       Een grafrecht wordt gevestigd door een schriftelijke           
overeenkomst met het bestuur, genaamd grafakte.

            2.    Op de begraafplaats kunnen begraven worden:

-  zij die als parochiaan staan ingeschreven bij de parochie en zij         

   die met een parochiaan gehuwd waren;

- oud-parochianen die in een instelling voor gezondheidszorg

   verblijven en die voorheen tot de parochie behoorden.

            3.    Het bestuur kan van lid 2 in uitzonderlijke gevallen afwijken en toestaan dat anderen op de begraafplaats worden begraven.

            Uitgifte van graven

            Artikel 10

De graven van een gravenveld worden in volgorde, door de beheerder te bepalen, uitgegeven. Het is niet mogelijk een bepaalde grafruimte te reserveren, tenzij een recht wordt verworven als bedoeld in artikel 11.

            Recht op particulier (urnen-)graf

            Artikel 11

Het bestuur kan aan één meerderjarig persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht verlenen om voor twintig jaar gebruik te maken van een bepaalde (urnen-) grafruimte, ten behoeve van hemzelf, de echtgenoot, een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad, of een pleeg- of stiefkind. Dit recht wordt verleend onder de voorwaarden, in dit reglement gesteld of door het bestuur later te stellen. In ieder geval moet betaling op grond van artikel 39 van dit reglement zijn geschied en moet bij de rechtsverkrijging schriftelijk worden vastgelegd dat  het graf (artikel 42) kan worden geruimd wanneer dit recht, door welke oorzaak dan ook, geëindigd is.

 

            Adres rechthebbende

 

            Artikel 12

De rechthebbende is verplicht zijn adres aan het bestuur op te geven, alsmede de wijziging van zijn adres.

 

 

Overlijden rechthebbende

 

            Artikel 13

1.         Binnen 6 maanden na het overlijden van de rechthebbende dient het grafrecht na een daartoe strekkend verzoek van de erfgena(a)m(en) te worden overgeschreven op naam van de echtgenoot, een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad, of een pleeg- of stiefkind overeenkomstig artikel 14.

2.       Indien de rechthebbende is overleden en in het graf dient te worden begraven of zijn asbus dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving als bedoeld in lid 1 van dit artikel voorafgaand aan die begraving of bijzetting te worden gedaan.

            Overdracht grafrecht

 

            Artikel 14

1.       Een grafrecht kan worden overgedragen door overlegging aan het bestuur van een door de rechthebbende en de betrokken rechtsopvolger getekend bewijs van overdracht, met vermelding van de personalia en het adres van de rechtsopvolger.

2.      Overdracht aan een ander dan de echtgenoot, een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad of een, pleeg- of stiefkind van de rechthebbende is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan naar het oordeel van het bestuur.

3.      Een rechthebbende kan afstand doen van grafrechten, zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding. Afstand dient schriftelijk te geschieden.

 

Weigering tot begraving of bijzetting

 

            Artikel 15

Het bestuur behoudt zich het recht voor, ook nadat grafrechten zijn verleend, om canonieke redenen begraving van een overledene en met name de bijzetting in een eigen (urnen)graf of in een urnennis te weigeren, onder teruggave van de reeds betaalde rechten, of alleen de begraving op een bepaald gedeelte van de begraafplaats toe te staan.

  

            Ontbindende voorwaarden grafrechten

 

            Artikel 16

Het bestuur verleent grafrechten uitdrukkelijk voor de tijd, gedurende welke het terreingedeelte, waarin zich de (urnen-)graven bevinden, tot de begraafplaats blijft behoren en voor de tijd dat de begraafplaats in exploitatie blijft.

Aan de toegekende grafrechten kan geen titel ontleend worden zich te verzetten tegen de bestemmingsverandering van (een gedeelte van) de begraafplaats of tegen de voorgenomen sluiting of gesloten verklaring van de begraafplaats.

 

 

III         Het verlengen van de grafrechten

 

            Schriftelijk informeren van de rechthebbende

            Artikel 17

1.         Het bestuur zal uiterlijk één jaar vóór het verstrijken van een termijn, waarvoor grafrechten zijn verleend en die kunnen worden verlengd, de rechthebbende schriftelijk attenderen op het aflopen van de grafrechten en de voorwaarden bekend maken, waaronder deze grafrechten kunnen worden verlengd voor een termijn van tien jaar.

            2.     Indien niet binnen drie maanden na verzending van de mededeling om verlenging van de termijn van het grafrecht is verzocht dan zal van het aflopen van de termijn door een zichtbare mededeling melding worden gemaakt bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats. De mededeling blijft gedurende één jaar aanwezig maar tenminste tot het einde van de termijn van het grafrecht.

 

 

Verzoek rechthebbende

 

            Artikel 18

            1.     Een rechthebbende kan binnen twee jaren voor de afloop van de termijn schriftelijk verlenging van zijn rechten aanvragen voor een aansluitende termijn van tien jaren.

            2.     Het bestuur zal een aanvrage ingevolge lid 1 inwilligen, in zoverre van het recht tot begraven gebruik is gemaakt en geen bijzondere redenen, zoals de voorgenomen ruiming van een gravenveld, zich daartegen verzetten.

 

            Voorwaarden voor verlenging

 

            Artikel 19

                 De verlenging van grafrechten wordt slechts verleend wanneer het onderhoud van het graf zich naar het oordeel van het bestuur niet bevindt in kennelijke staat van verwaarlozing en op de voorwaarden geldend op het tijdstip waarop de verlenging ingaat en volgens de alsdan geldende tarieven.

           

 

            Verlenging bij bijzetting

 

            Artikel 20

Wanneer in een particulier (urnen-)graf bestemd tot het begraven van meerdere overledenen of hun asbussen/urnen een bijzetting plaats vindt, wordt een lopende termijn van het grafrecht verlengd met een periode van 10 jaar, indien de lopende termijn van het grafrecht wordt overschreden door de wettelijke minimum-grafrusttermijn van 10 jaar van degene die wordt bijgezet. Het nog niet verstreken gedeelte van de lopende termijn wordt met de verlenging verrekend.

            De verlengde periode is te rekenen vanaf de datum van bijzetting.

 

 

IV         Einde van de grafrechten

 

            Artikel 21

            De grafrechten vervallen:

            a.     door het verlopen van de gestelde termijn met inachtneming van het bepaalde in artikel 17;

            b.    indien de tarieven overeenkomstig artikel 39 van dit reglement niet binnen één jaar na het vestigen of verlengen van het grafrecht zijn betaald;

            c.   indien een terreingedeelte, waarin zich de (urnen-)graven bevinden, aan de bestemming van begraafplaats wordt onttrokken of wanneer de begraafplaats niet meer als zodanig wordt geëxploiteerd, overeenkomstig artikel 16;

            d.    indien de aankondiging van het aflopen van de termijn van het grafrecht overeenkomstig artikel 17 bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats zichtbaar vermeld is geweest en de rechthebbende gedurende die periode niet heeft gereageerd.

            e.   indien de rechthebbende het onderhoud van grafteken of beplanting verwaarloost en na sommatie weigert te doen herstellen of de herstelkosten te voldoen, overeenkomstig artikel 35;

            f.     indien de rechthebbende bij onderhandse verklaring afstand doet van een verkregen grafrecht. Wanneer nog geen gebruik werd gemaakt van het recht tot begraven kan een evenredige terugbetaling plaatsvinden.

 

IVa       Her recht tot asverstrooiing.

           

            Artikel 21a

            Het recht om as te verstrooien wordt verkregen door schriftelijke toestemming van het bestuur.

 

 

V          Indeling van de begraafplaats en onderscheid van de graven

 

            Indeling door bestuur

 

            Artikel 22

Het bestuur behoudt zich het recht voor de aanleg en de indeling van de begraafplaats, de bestemming van de gravenvelden en het onderscheid in (urnen-)graven vast te stellen en te wijzigen.

 

            Soorten van graven

 

            Artikel 23

            1.     Het bestuur verleent rechten op het tijdelijk gebruik van:

                   a.   een particulier enkel of dubbel graf in een vak, waarop toegelaten worden graftekens van het betreffende model. Bijzetting van een asbus of urn is toegestaan.

                   b.    een particulier kindergraf of een particulier graf voor een doodgeborene of een onvoldragen vrucht in een kindervak, waarop toegelaten worden graftekens na afzonderlijke goedkeuring. Bijzetting van een asbus of urn is niet toegestaan.

                   c.   een particulier urnengraf in een urnengravenveld, waarop toegelaten worden graftekens van het betreffende model.

                   d   een particulier urnennis in het columbarium, waarin toegelaten worden gedenkplaten van het betreffende model.

                   2.        De modellen graftekens worden omschreven in de voorschriften voor het toelaten van graftekens en  grafbeplantingen, zoals voorzien in artikel 33.

 

 

Familiegraven

 

Artikel 24

Familiegraven voor het begraven van meer dan twee overledenen worden niet toegestaan.

 

            Enkele graven

 

            Artikel 25

In een enkel graf mag slechts één persoon begraven worden.

Alleen de als rechthebbende ingeschreven persoon kan degenen aanwijzen die na overlijden in een enkel graf worden begraven.

            Dubbele graven

 

            Artikel 26

Een dubbel graf is bestemd voor het begraven van twee met namen aangeduide overledenen dan wel één overledene en één asbus/urn. In een dubbel graf worden twee overledenen, daar waar de grond daartoe geschikt is, boven elkaar begraven.

Alleen de als rechthebbende ingeschreven persoon kan degenen aanwijzen, die na overlijden in een dubbel graf mogen worden begraven of bijgezet.

 

            Kindergraven

            Artikel 27

In een kindergraf wordt een overleden kind begraven dat niet ouder was dan 12 jaar.

 

            particulier urnengraf

 

            Artikel 28

In een particulier urnengraf kunnen een of twee asbussen/urnen worden begraven

 

            Strooiveld

            Artikel 28a

            Het strooiveld is bestemd voor verstrooiing van as. Op het strooiveld         

            mogen geen graf- of gedenktekens worden geplaatst.

 

            Grafkelders

 

            Artikel 29

            Grafkelders worden niet toegestaan

 

VI         Asbussen

 

            Bewaring van asbussen

 

            Artikel 30

Asbussen kunnen op de begraafplaats bewaard worden door bijzetting:

            a.     in een bestaand graf;

            b.    in een particulier urnengraf dat deel uitmaakt van een gravenveld van urnen;

            c.     op een bestaand graf in een urn, die hecht aan de ondergrond is verbonden;

            d.    in een particulier urnennis in het columbarium op de begraafplaats.

           

 

            Recht op het bewaren van een asbus

 

            Artikel 31

De artikelen 9 t/m 16 zijn van overeenkomstige toepassing voor degenen die een recht willen vestigen op het bewaren van een asbus/urn op de begraafplaats op een van de in artikel 30 genoemde wijzen

 

            Ruiming van asbussen

 

            Artikel 32

Ruiming door het bestuur van een asbus na het vervallen van het recht op bewaren van de asbus geschiedt door verstrooiing van de as.

 

 

            Asverstrooiing

 

            Artikel 32a

            Op het strooiveld kan as worden verstrooid zonder voorafgaande vestiging van een grafrecht.

 

 

VII        Graftekens en grafbeplantingen

 

                        Vergunning

 

            Artikel 33

1.       Het bestuur kan uitsluitend aan rechthebbenden vergunning verlenen om graftekens en/of beplantingen op particuliere graven te doen aanbrengen. Deze moeten voldoen aan de “Voorschriften voor het toelaten van graftekens en grafbeplantingen” behorende tot dit reglement en die door het bestuur zijn vastgesteld. Deze voorschriften worden aan iedere belanghebbende verstrekt. Graftekens en/of beplantingen, die naar het oordeel van het bestuur niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, worden door het bestuur geweigerd en kunnen na aangebracht te zijn door het bestuur op kosten van de rechthebbende worden verwijderd.

2.  Indien blijkt dat een steenhouwer of leverancier van graftekens handelt of gehandeld heeft in strijd met het reglement of de voorschriften voor het toelaten van graftekens en grafbeplantingen, kan het bestuur het plaatsen van het grafteken weigeren en/of de desbetreffende steenhouwer of leverancier voor bepaalde tijd of blijvend uitsluiten van het plaatsen van graftekens op de begraafplaats.

 

 

            Risico schade aan graftekens

 

            Artikel 34

1.     Gedurende de termijn van het grafrecht blijven de graftekens en de grafbeplanting eigendom van de rechthebbende. Het bestuur aanvaardt deze graftekens en grafbeplanting niet in beheer. Dit betekent dat de rechthebbende verantwoordelijk is voor de voorwerpen die zich op de graven bevinden, alsmede voor het onderhoud, met inachtneming van het bepaalde in artikel 35.

2.    Schade aan graftekens ontstaan door storm, vandalisme wordt door het bestuur uitsluitend vergoed voor zover deze risico's door een verzekeringsovereenkomst van het bestuur zijn gedekt.

            3.   Schade veroorzaakt door op de begraafplaats uitgevoerde werkzaamheden door personeel van de begraafplaats wordt door het bestuur uitsluitend vergoed tot het bedrag waarvoor deze risico’s door de desbetreffende verzekeringsovereenkomst van het bestuur worden gedekt. 

 

 

            Onderhoud graftekens en grafbeplanting

           

            Artikel 35

1.    De graftekens en grafbeplantingen moeten ten genoegen van het bestuur worden onderhouden door de rechthebbenden. Onder behoorlijk onderhoud wordt mede verstaan het doen herstellen, vernieuwen of waterpas stellen van graftekens en/of beplanting.

            2.    In geval van kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een particulier graf, kan het bestuur, voor zover de plicht tot onderhoud niet bij hem ligt, deze verwaarlozing vastleggen in een schriftelijke verklaring, die het toezend aan de rechthebbende, die binnen één jaar na ontvangst in het onderhoud moet voorzien.

            3.     Indien de ontvangst van de verklaring, bedoeld in het tweede lid, niet bevestigd wordt, maakt het bestuur de verklaring bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats, gedurende een periode van vijf jaar dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien..

            4.    Indien toepassing is gegeven aan het tweede of derde lid en niet alsnog niet in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf op het moment dat de periode van één dan wel vijf jaar, bedoeld in het tweede respectievelijk derde lid, is verstreken.

            5.    Indien het recht op het graf nog geen tien jaar is gevestigd op het moment dat de periode, bedoeld in het derde lid is verstreken, blijft de bekendmaking in stand totdat de periode van tien jaar is verstreken dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. Indien niet voordien in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf zodra de termijn van tien jaar  is verstreken.

            6.   Het bestuur en in spoedeisende gevallen de beheerder, heeft de bevoegdheid om onmiddellijk alle maatregelen te treffen die noodzakelijk zijn om eventuele veiligheidsrisico’s te voorkomen en om aantastingen van de waardigheid van de begraafplaats op te heffen. De kosten van deze maatregelen kunnen op de rechthebbende worden verhaald indien de betreffende situatie is ontstaan doordat de voorschriften voor graftekens en grafbeplantingen niet zijn nageleefd, door nalatigheid in onderhoud of anderszins door omstandigheden die toe te rekenen zijn aan de rechthebbende of in diens risicosfeer liggen.

           

                                                                                                                         

Plaatsen, verwijderen, herplaatsen van een grafteken door rechthebbende

           

            Artikel 36

Opdracht tot het plaatsen van een grafteken, tot het verwijderen van een grafteken voor een bijzetting en tot het herplaatsen daarvan na

een bijzetting moet worden gegeven door de rechthebbende. Wanneer een verwijderd grafteken zich op de begraafplaats bevindt en niet binnen drie maanden na de bijzetting wordt herplaatst is het bestuur gerechtigd de delen daarvan van de begraafplaats te doen verwijderen en te doen vernietigen op kosten van de rechthebbende.

 

 

Tijdelijke verwijdering grafteken door de beheerder

 

            Artikel 37

            1.    Indien het vanwege het beheer van de begraafplaats naar het oordeel van de beheerder nodig is, kunnen het grafteken en/of de beplanting van het graf van een rechthebbende op last van en voor rekening van het bestuur worden weggenomen en kan op het graf tijdelijk zand worden gedeponeerd. De rechthebbende wordt hiervan tevoren in kennis gesteld.

            2.   Verwelkte bloemen en ontsierende voorwerpen kunnen door de beheerder zonder voorafgaande waarschuwing van de graven worden verwijderd.

 

 

            Verwijdering graftekens na einde grafrecht

 

            Artikel 38

Binnen drie maanden na het eindigen van het grafrecht kunnen grafteken en/of beplanting door de rechthebbende van het graf worden verwijderd. Na verloop van drie maanden wordt de rechthebbende geacht geen prijs te stellen op het weer in bezit nemen van grafteken en/of beplanting en is het bestuur gerechtigd deze te doen verwijderen en te doen vernietigen, zonder dat enigerlei vergoeding hiervoor jegens de rechthebbende verschuldigd is.

 

 

VIII       Tarieven en onderhoud

 

            Tarieven         

            Artikel 39

1.       Voor het vestigen en verlengen van een grafrecht, voor bijzettingen, voor onderhoud en voor het verwijderen van graftekens en/of beplanting bij einde van de termijn waarvoor een grafrecht is aangegaan en voor verstrooiing van as zonder voorafgaande vestiging van een grafrecht worden tarieven geheven.

                  Deze zijn als volgt samengesteld:

                   a.  een bedrag voor delvingskosten van het (urnen-) graf of  plaatsingskosten in de urnennis;

b.         een bedrag voor het grafrecht.

Het bedrag voor delvingskosten of plaatsingskosten is inclusief de kosten voor het algemeen beheer en de administratie van de begraafplaats.

Het bedrag voor het grafrecht is inclusief de kosten van het door het bestuur uit te voeren algemeen onderhoud van de begraafplaats voor de duur van het grafrecht, alsmede de kosten van verwijdering en vernietiging van het grafteken inclusief fundering en/of de grafbeplanting na het eindigen van het grafrecht.

2.       Het bestuur stelt een afzonderlijke lijst op van de voor de begraafplaats geldende tarieven.

           

            Algemeen onderhoud

             Artikel 40

Het bestuur zal zorg dragen dat de afrasteringen en/of ommuringen, de gebouwen, de paden, de groenvoorziening en de beplanting van de begraafplaats worden onderhouden. Tot dit onderhoud van de begraafplaats behoren de werkzaamheden aan de groenvoorziening en de beplanting op en onmiddellijk achter de graven, in zoverre deze niet overeenkomstig artikel 33 door de rechthebbende zijn aangebracht.

 

            Beperking onderhoudsverplichting

 

            Artikel 41

Het bestuur is verplicht het in artikel 40 omschreven onderhoud jaarlijks uit te voeren of te laten verrichten.

Bij sluiting of gesloten verklaring van de begraafplaats zal het bestuur de omvang van de onderhoudsverplichting opnieuw vaststellen.

 

            Ruiming van graven en asbussen

            Artikel 42

Het bestuur heeft het recht de (urnen-)graven en de in de urnennissen bewaarde asbussen, waarvan de rechten meer dan drie maanden vervallen zijn, te doen ruimen, met in achtneming van de wettelijke termijn.

 

IX         Overgangsbepaling

 

            Artikel 43

            1.     Voor in het verleden verleende grafrechten waarvan de tijdsduur niet meer aantoonbaar vast te stellen was, heeft het reglement van 6 januari 1997 de termijn gesteld op 20 jaren na inwerkingtreding van dat reglement.

                   Het huidige reglement vervangt dit reglement en gaat uit van het toen bepaalde ten aanzien van de genoemde grafrechten. Het tariefonderdeel voor het grafrecht, zoals bedoeld in artikel 39, lid 1 sub b, is derhalve gedurende deze periode niet verschuldigd.

2.         Rechthebbende met een grafrecht dat aantoonbaar voor onbe- paalde tijd is verleend, zijn niet het tariefonderdeel verschuldigd voor het grafrecht, zoals bedoeld in artikel 39, lid 1, sub b.

 

X          Slotbepalingen

  

Tijdelijk buiten gebruik stellen van een gedeelte van de begraafplaats

 

            Artikel 44

Het bestuur kan, bij een voorgenomen herstructurering van een gedeelte van de begraafplaats, het betreffende gedeelte tijdelijk buiten gebruik stellen.

Bij het tijdelijk buiten gebruik stellen is een begraving alleen mogelijk, indien er reeds een grafrecht was gevestigd (reservering), tenzij duidelijk is dat het graf, na herstructurering, niet op dezelfde plaats gehandhaafd kan blijven. In dat geval zal door het bestuur, in overleg met de rechthebbende, voor het graf een nieuwe locatie op de begraafplaats bepaald worden.

Bij het tijdelijk buiten gebruik stellen is een verlenging van het grafrecht mogelijk tot het geplande jaar van herstructurering en vervolgens, in het jaar van herstructurering, voor het resterende aantal tot tien jaren. Een verlenging van tien jaren is dan ook mogelijk.

Het kan onvermijdelijk zijn dat, ten behoeve van een goede herstructurering, stoffelijke resten moeten worden herbegraven. Dit zal altijd geschieden in overleg met de rechthebbende en op kosten van het bestuur.

 

            Sluiting van de begraafplaats

            Artikel 45

Het bestuur behoudt zich het recht voor de begraafplaats voor begravingen en voor het bewaren van asbussen te sluiten of gesloten te doen verklaren. Uitsluitend de betalingen voor begravingen, waarvan nog geen gebruik is gemaakt, worden daarna door het bestuur aan rechthebbende gerestitueerd.

Het bestuur is niet aansprakelijk voor opgravings- en overplaatsingskosten van resten en/of graftekens naar andere begraafplaatsen.

            Klachten

             Artikel 46

Belanghebbenden kunnen omtrent feitelijke handelingen betreffende de begraafplaats bij het bestuur een schriftelijke klacht indienen. Het bestuur zal binnen dertig dagen na ontvangst van de klacht beslissen en de klager schriftelijk daarvan in kennis stellen.

            Onvoorzien

            Artikel 47

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.

           

            Vervallenverklaring eerdere reglementen

 

            Artikel 48

Het bestuur herroept de bepalingen en voorschriften van eerdere reglementen, de begraafplaats betreffende en stelt dit reglement daarvoor in de plaats.

Wijziging reglement

 

            Artikel 49

Dit reglement heeft de goedkeuring van de bisschop van Breda

Het bestuur is gerechtigd dit reglement te wijzigen.

Wijzigingen in dit reglement behoeven eveneens de goedkeuring van genoemde bisschop.

De rechthebbenden worden van de voor hun noodzakelijke wijzigingen in kennis gesteld.

 

 

Dit reglement is vastgesteld in de vergadering van het bestuur op 17 november 2010

Dit reglement is op 19 november 2010 goedgekeurd door de bisschop van Breda.

Dit reglement is van toepassing verklaard met ingang van 1 december 2010.

 

 

De vicevoorzitter,                                            De wnd. secretaris,

L.J.M. Moeleker                                                                      R.C.P.M. Witte

Door mij gezien en goedgekeurd,

Mgr. Dr. J.H.J. van den Hende

bisschop van Breda

voor deze

Drs. V.G.P.J.M. Schoenmakers,

Vicaris-generaal

 

Breda, 19 november 2010-11-28

Nr. 21/571/2010

 

 

 

 

VOORSCHRIFTEN VOOR HET TOELATEN VAN GRAFTEKENS EN GRAFBEPLANTINGEN

 

Voorschriften voor het toelaten van graftekens en grafbeplantingen op de begraafplaats van de R.K. Parochie O.L.Vrouw ten Hemelopneming, gelegen aan de Markt in Prinsenbeek

 

Deze voorschriften behoren tot artikel 33 van het reglement van de begraafplaats voornoemd, vastgesteld door het bestuur op 14 november 2006.

                                  

Artikel 1

Bij de beheerder van de begraafplaats is voor iedere belanghebbende ter inzage het indelingsplan van de begraafplaats, verdeeld in vakken. Op dit indelingsplan zijn de vakken met cijfers en letters aangegeven.

 

Artikel 2

Voordat op een graf een grafteken of een beplanting wordt toegelaten moet bij het bestuur een getekende grafakte aanwezig zijn.

 

Artikel 3

a. op de graven worden toegelaten liggende zerken, in de maximale afmetin­gen van 190 cm lengte en 90 cm breedte; met een minimale dikte van 7 cm.;

b.  op de graven worden toegelaten staande graftekens, in de maximale afmetingen van110 cm hoogte en 90 cm breedte; met een minimale dikte van 7 cm.;

c.  indien geen zerk en/of grafteken wordt geplaatst, is grafbeplanting op de gehele oppervlakte van het graf toegestaan (190cm in de lengte en 90 cm in de breedte);

d. andere grafbedekking behoeft de goedkeuring van het bestuur;

e. op de urnengraven worden alleen liggende zerken toegelaten in de afmetin­gen van 50 cm lengte en 50 cm breedte; met een minimale dikte van 5 cm.;

f. om de urnengraven mogen banden worden aangebracht van maximaal 90 cm in de lengte 70 cm in de breedte en met een minimale hoogte van 3 cm;

g. indien een urnennis met een gedenk­plaat wordt afgesloten, dient deze volgens een door het bestuur voorgeschreven afmeting, kleur en model te zijn.

    Toegestane kleuren: verde, candea groen, impala antraciet, paradiso violet, zwart graniet (marlin), licht labrador.

 

Artikel 4

Het bestuur kan, in afwijking van artikel 3, een afwijkend model toestaan, mits het ontwerp daarvan tevoren schriftelijk is goedgekeurd.

 

Artikel 5

1.  Zerken, graftekens en gedenkplaten moeten worden vervaardigd uit één stuk weerbestendige natuursteen (hardsteen, graniet of wit marmer).

Een zerk of grafteken kan worden geplaatst op een afzonderlijke sokkel van dezelfde natuursteen, mits de verankering geschiedt met roestvaststalen of koperen deuvels of draadeinden met een diameter van 10 mm. De deuvels of draadeinden dienen te worden aangebracht op een onderlinge afstand van maximaal 200 mm, waarbij de buitenste deuvels of draadeinden op maximaal 100 mm uit de buitenkant dienen te zijn geplaatst. De deuvels of draadeinden dienen met vullijm in het hart van de steen te worden bevestigd.

Op iedere deuvel of draadeinde moet een minimale trekkracht van 1700 kg. kunnen worden uitgeoefend. De deuvels of draadeinden dienen in de sokkel op dezelfde wijze te worden bevestigd als in de opstaande steen.

Zerken, graftekens en gedenkplaten van ander materiaal worden niet toegelaten dan na goedkeuring van het bestuur van de begraaf­plaats.

2.   Het bestuur of de beheerder kan, ter toetsing van het gestelde in het vorige lid, eisen dat de steenhouwer of leverancier de offerte voor plaatsing van de zerk of grafteken vooraf aan hem voorlegt.

 

Artikel 6

1.   Zerken en graftekens moeten worden geplaatst op een doelmatige fundering ten genoegen van het bestuur.

    Wanneer in een vak door het bestuur doorgaande funderingsstroken zijn aangebracht dient hiervan gebruik te worden gemaakt.

2.   Urnen die op een graf worden bijgezet, dienen hecht aan de ondergrond te worden verbonden ten genoegen van het bestuur.

 

 

 

Artikel 7

De grafbeplanting mag geen groter oppervlak begroeien dan het graf of de bestemde grafstrook, met een maximale hoogte van 1.20 meter.

 

Artikel 8

De inscripties, zerken, graftekens en urnen mogen niet storend of grievend zijn voor nabestaanden of bezoekers ter beoordeling door het bestuur.

 

Artikel 9

Op de begraafplaats worden niet toegelaten:

a.    ingestrooid grind of marmerslag tenzij dit afdoende wordt ingesloten door grafbanden met een minimale hoogte van 3 cm boven het grint of de marmerslag;

b.   ijzeren hekken;

c.    palen met buizen of kettingen.

 

Artikel 10

Het plaatsen van een firmanaam of enige andere reclame op zerken of graftekens is niet toegestaan.

 

Artikel 11

De uitvaartverzorgers en de leveranciers van graftekens worden geacht kennis te dragen van het reglement van de begraafplaats en daarnaar te handelen.

 

Artikel 12

Betreffende de werkzaamheden op de graven bepaalt artikel 6 van het reglement van de begraafplaats:

1.   Het delven of dichten van graven, het openen van een graf en het opdelven van stoffelijke resten en het bijzetten van asbussen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats of, in opdracht van het bestuur, door derden.

2.   Het bestuur geeft aan hen, die door de rechthebbenden zijn belast met de bouw, de aanleg of het onderhoud van de graftekens en/of grafbeplantingen gelegenheid om hun werkzaamheden te verrichten op tijden dat de begraafplaats daarvoor geopend is. Zij volgen hierbij de aanwijzingen van de beheerder.

3.   Geen werkzaamheden mogen worden verricht op zon- en feestdagen en tijdens begravingen. Op zaterdagen mogen geen werkzaamheden door beroepskrachten worden verricht, in opdracht van rechthebbenden, maar is uitsluitend de grafverzorging door de nabestaanden toegelaten.

4.   Iedere dag dienen gereedschappen, afkomende materialen en hulpmaterialen te worden meegenomen of te worden geplaatst of gestort volgens aanwijzing van de beheerder.

 

Artikel 13

Voor het plaatsen van zerken en graftekens en het bijzetten van urnen wordt door het bestuur geen rechten geheven.

 

Artikel 14

Vóór het plaatsen van een zerk of grafteken en vóór het bijzet­ten van een urn dient de rechthebbende – of de leverancier na­mens de rechthebbende -, op te vragen bij de beheerder de juiste ligging van een graf, met vermelding van de naam van de overledene, de datum van begraving, de naam van de rechthebbende met vermelding van de naam van de leverancier. De grafaanduiding zal door de beheerder aan de aanvrager worden medegedeeld.

 

Artikel 15

Een zerk of een grafteken dient voor een bijzetting zo spoedig mogelijk na het overlijden doch uiterlijk 24 uur voor de begraving zodanig van het graf te worden verwijderd, dat het graf kan worden gedolven. Funderingsresten dienen op aanwijzing van de beheerder eveneens te worden verwijderd. Zerk of grafteken dient van de begraafplaats te worden afgevoerd of tijdelijk te worden opgeslagen op aanwijzing van de beheerder.

Tevens bepaalt artikel 36 van het reglement van de begraafplaats het volgende:

Opdracht tot het plaatsen van een grafteken, tot het verwijderen van een grafteken voor een bijzetting en tot het herplaatsen daarvan na een bijzetting moet worden gegeven door de rechthebbende.

Wanneer een verwijderd grafteken zich op de begraafplaats bevindt en niet binnen drie maanden na de bijzetting wordt herplaatst, is het bestuur gerechtigd de delen daarvan van de begraafplaats te doen verwijderen en te doen vernietigen op kosten van de rechthebbende.

 

Artikel 16

Artikel 29 van het reglement bepaalt dat grafkelders niet zijn toegestaan.

 

Artikel 17

Voor werkzaamheden op de graven door beroepskrachten is de begraafplaats geopend op de vijf werkdagen van 8 uur tot 17 uur.

Buiten deze uren is het de leveranciers van zerken en graftekens en urnen niet toegestaan zich op de begraafplaats te bevinden, tenzij met goedvinden van de beheerder.

 

Artikel 18

Het is niet toegestaan voor werkzaamheden op de graven gedeelten van de beplanting of de groenvoorziening, niet tot het graf behorende, te verwijderen.

Bij vermeende hinder wordt contact opgenomen met de beheerder.

 

Artikel 19

Alleen de verharde wegen en paden, door de beheerder daartoe aangewezen, mogen worden bereden door vervoersmiddelen van de ondernemers.

De beheerder is bevoegd een vervoermiddel met een naar zijn oordeel te hoge wieldruk of te grote afmeting de toegang tot de begraafplaats geheel te ontzeggen.

 

Artikel 20

De ondernemers zijn aansprakelijk voor letsel en schade toegebracht aan personen of zaken op de begraafplaats.

 

Artikel 21

Personen, belast met werkzaamheden op de graven, dienen minstens 16 jaar oud te zijn en naar het oordeel van de beheerder behoorlijk gekleed, ook in de zomer. Gebruik van radioapparatuur is verboden.

 

Artikel 22

De ondernemers dienen zorg te dragen voor voldoende eigen personeel voor laden, lossen en transport. Zij mogen geen rechtstreeks beroep doen op assistentie door het personeel van de begraafplaats of de werknemers van de tuinonderhoudsdienst. Een verzoek tot het verlenen van hulp in bijzondere omstandigheden dient te worden gericht tot de beheerder.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van het bestuur op 17 november  2010 en van toepassing vanaf 1 december 2010.

 

 

de vicevoorzitter,                                   de wnd. secretaris,

L.J.M. Moeleker                                     R.C.P.M. Witte

 

BESLUITEN TER UITVOERING

VAN HET REGLEMENT

 

Besluiten ter uitvoering van het op 17 november 2010 vastgestelde en op 1 december  2010 in werking getreden reglement voor het beheer van de begraafplaats van de R.K. Parochie O.L.Vrouw ten Hemelopneming, gelegen aan de Markt te Prinsenbeek.

 

 

Besluit ingevolge Artikel 3: Beheerder

 

Het bestuur wijst de heer L.N.A.M. Smits aan als beheerder.

Plaatsvervangend beheerder is de heer T.W.C.W. van den Hoven.

 

Besluit ingevolge Artikel 7: Bezoekers

 

Voor bezoekers is de begraafplaats dagelijks toegankelijk. In de periode 1 april tot 1 oktober tussen 8.30 en 21.00 uur en in de periode van 1 oktober tot 1 april van 9.00 tot 18.00 uur.

 

 

Besluit ingevolge Artikel 22: Indeling, bestemming en onderscheid

 

A.      De indeling en de toekomstige bestemming van de begraaf-plaats is als volgt:

 

Achter op de begraafplaats, van links naar rechts:

            OAL = Oud-Achter-Links, voor enkele graven;

            OAR = Oud-Achter-Rechts, voor dubbele graven, tot 2013 tijdelijk         buiten gebruik gesteld;

            NAL = Nieuw-Achter-Links, voor dubbele graven, tot 2013 tijdelijk         buiten gebruik gesteld;

            NAR = Nieuw-Achter-Rechts, voor dubbele graven, tot 2013      tijdelijk buiten gebruik gesteld;

            NNR = Nieuw-Nieuw-Rechts, voor dubbele graven.

 

Vóór op de begraafplaats (bij de bezoekersingang), van links naar rechts:

            OVL = Oud-Voor-Links, voor enkele -, dubbele -, kindergraven en         urnengraven;

            OVR = Oud-Voor-Rechts, voor enkele graven en kindergraven;

            NVL = Nieuw-Voor-Links, voor enkele graven;

            NVR = Nieuw-Voor-Rechts, voor enkele graven.

 

Twee heuvels (Anna en Gertrudis) voor urnengraven.

Urnenmuur (Maria, Matheus, Marcus, Lucas en Johannes) met nissen voor urnen/asbussen.

 

Strooiveld gelegen links voor de urnenmuur

Monumentje ter gedachtenis aan doodgeboren en ongedoopte kinderen gelegen rechts voor de urnenmuur.

 

De aldus vastgestelde indeling met plaats van de graven, heuvels en urnenmuur is aangeduid op tekeningen, die aanwezig zijn bij de beheerder en bij het secretariaat van de parochie. Voor belang-hebbenden is inzage mogelijk.

 

B. Het volgende onderscheid wordt vastgesteld:

 

a.  enkel graf

b.  dubbel graf

c.  kindergraf (incl. graf voor een doodgeborene of voor een onvol-dragen vrucht)

d.  urnengraf

e.  urnennis.

 

Aantekening bij dit besluit:

Een klein deel van de begraafplaats, op Oud-Voor-Links, is eerder als “ongewijde aarde” aangeduid. In dit gedeelte kunnen anderen dan leden van de R.K. parochie worden begraven.

 

 

Besluit ingevolge Artikel 39: Tarieven

 

De actuele tarieven van

-                     delvings- en plaatsingskosten;

-                     vestigen en verlengen van grafrechten

-                     asverstrooiing

staan gepubliceerd op de website van de parochie www.parochieprinsenbeek.nl

en zijn opvraagbaar bij het secretariaat van de parochie.

 

Het secretariaat is geopend op werkdagen van 9.00 tot 12.00 uur

Markt 34 4841 AC Prinsenbeek Telefoon 076- 5412231

 

De tarieven van delvings- en plaatsingskosten en van vestiging en verlenging van grafrechten staan ook vermeld in de grafakte.

 

 

Besluit ingevolge Artikel 44: Tijdelijke buiten gebruik stellen van een gedeelte van de begraafplaats

 

In verband met de voorgenomen herstructurering van een gedeelte van de begraafplaats in 2013, heeft het bestuur de locaties

            OAL =  Oud-Achter-Links

            OAR = Oud-Achter-Rechts,

            NAL = Nieuw-Achter-Links en

            NAR = Nieuw-Achter-Rechts,

tijdelijk buiten gebruik gesteld tot 2013.

 

Voor de begraafplaats gelden voorts de Wet op de Lijkbezorging van 1991 laatstelijk gewijzigd per 1 januari 2010, en andere overheids-voorschriften, betrekking hebbende op begravingen en asbestemming.

 

In onvoorziene gevallen beslist het bestuur van de parochie.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van het bestuur op 17 november 2010 en in werking getreden op 1 december 2010.

 

 

de vicevoorzitter,                                      de wnd. secretaris,

L.J.M. Moeleker                                        R.C.P.M. Witte

 

 

 

I