|
Begraafplaats.
Grafakte Begraafplaats te Prinsenbeek.
Rechthebbende:
Achternaam
_____________________________
Voorletters
____________ M / V
Adres__________________________________
Postcode____________
Woonplaats_______________________
Tel_____________
( ) een
enkel graf tegen een tarief van € 850,-- voor grafrecht en een
tarief van € 350,-- voor delvingskosten.
( ) een
dubbel graf tegen een tarief van € 1.700,-- voor grafrecht en een
tarief van € 450,-- voor delvingskosten.
( ) een
kindergraf (overledene niet ouder dan 12 jaar), tegen een tarief van
€ 425,-- voor grafrecht en een tarief van
€ 200,--
voor delvingskosten.
( ) een
urnengraf voor een urn, tegen een tarief van € 1.200,-- voor
grafrecht en een tarief van € 200,-- voor
plaatsingskosten, inclusief het urnenkeldertje.
( ) een
urnennis voor een urn, tegen een tarief van € 1.200,-- voor
grafrecht en een tarief van € 200,-- voor plaatsingskosten.
wenst voor onderstaande
overledene gebruik te maken van het reeds gevestigde grafrecht op:
(s.v.p.
aankruisen, voor toelichting zie achterzijde.)
( ) een
dubbel graf met, voor zover van het bestaande grafrecht minder dan
tien jaar resteren, verlenging van het grafrecht tot 10 jaar gerekend
vanaf datum bijzetting, tegen een tarief van € 85,-- per aanvullend jaar
en een tarief van € 350,-- voor delvingskosten.
( ) een
dubbel graf met verlenging van het grafrecht tot 20 jaar gerekend
vanaf datum bijzetting, tegen een tarief van € 85,-- per aanvullend
jaar en een tarief van € 350,-- voor delvingskosten.
( ) een
urnengraf of urnennis met verlenging van het grafrecht tot 10 jaren
gerekend vanaf datum bijzetting, tegen een tarief van € 60,-- per
aanvullend jaar en een tarief van € 200,-- voor plaatsingskosten.
( ) een
urnengraf of urnennis met verlenging van het grafrecht tot 20
jaren gerekend vanaf datum bijzetting, tegen een tarief van € 60,--
per aanvullend jaar en een tarief van € 200,-- voor plaatsingskosten.
Overledene:
Achternaam_____________________________________
Eén voornaam en
voorletters___________________________________________ M / V
Geboorte
datum_____________________ Datum overlijden______________________
Echtgeno(o)t(e) / weduwe / weduwnaar
/ partner van_________________________________
Wordt bij de
begraving gebruik gemaakt van een lijkhoes? JA / NEE
(s.v.p. omcirkelen)
Uitvaartonderneming_________________ Contactpersoon
__________________Tel__________
Rechthebbende
verklaart tevens te hebben ontvangen in brochurevorm:
- Reglement voor het beheer van de begraafplaats
van de R.K. parochie O.L. V. ten Hemelopneming te Prinsenbeek.
- Voorschriften voor het toelaten van graftekens
en grafbeplantingen.
- Besluiten ter uitvoering van het Reglement.
Alles zoals geldend ten tijde van de
ondertekening van deze akte.
Versie
Januari 2012
Datum grafakte Handtekening
rechthebbende Voor akkoord parochiebestuur
___________ ____________________
_____________________
Toelichting op het gebruik maken van een bestaand grafrecht.
Wanneer voor
een begraving of bijzetting van een urn gebruik wordt gemaakt van een
reeds bestaand grafrecht eist de wet op de lijkbezorging dat minimaal
tien jaar grafrust in acht wordt genomen.
Dit betekent
dat wanneer van het lopende grafrecht minder dan tien jaar resteert, het
grafrecht moet worden verlengd tot tien jaar na de bijzetting.
Wanneer van het
lopend grafrecht tien jaar of meer resteert, dan gaat de wet er van uit
dat eerst deze periode wordt vol gemaakt en dat aansluitend de
mogelijkheid bestaat tot verlenging van het grafrecht met telkens tien
jaar.
In de praktijk
stellen nabestaanden het evenwel veelal op prijs wanneer het grafrecht
meteen verlengd kan worden tot twintig jaar na de bijzetting. Daarom
bieden wij, in afwijking van de wettelijke regeling, op basis van vrije
keuze, de mogelijkheid het grafrecht meteen tot twintig jaar na de
bijzetting te verlengen.
Concreet
betekent dit dat de rechthebbende, degene op wiens naam de grafakte
staat, altijd kan kiezen voor verlenging tot twintig jaar na de
bijzetting, maar in ieder geval tot tien jaar na de bijzetting moet
verlengen wanneer van het lopend grafrecht minder dan tien jaar
resteren.
Grafakte en toelichting
los inlegblad
REGLEMENT VOOR HET BEHEER
VAN DE BEGRAAFPLAATS
VAN DE .R.K. PAROCHIE
O.L. VROUW TEN HEMELOPNEMING
TE PRINSENBEEK
Inhoudsopgave
I Algemene Bepalingen
artikel 1 - 8
II Het vestigen van de grafrechten
artikel 9 - 16
III Het verlengen van de grafrechten
artikel 17 - 20
IV Einde van de grafrechten
artikel 21
IVa Het recht tot asverstrooiing
artikel 21a
V Indeling van de begraafplaats
en onderscheid
van de graven
artikel 22 - 29
VI Asbussen
artikel 30 - 32
VII Graftekens en grafbeplantingen artikel 33
- 38
VIII Tarieven en onderhoud
artikel 39 - 42
IX Overgangsbepaling
artikel 43
X Slotbepalingen
artikel 44- 49
Voorschriften voor het toelaten van graftekens en
grafbeplantingen
bladz. 21-25
Besluiten ter uitvoering van het reglement bladz.
26-28
Grafakte en toelichting
los inlegblad
I. Algemene Bepalingen
Begripsaanduidingen
Artikel 1
In dit Reglement wordt verstaan onder:
a. bestuur: het parochiebestuur als vertegenwoordiger van de
rechtspersoon R.-K. parochie O.L.Vrouw ten Hemelopneming te Prinsenbeek,
eigenaresse van de begraafplaats.
b. begraafplaats: het terrein bestemd voor het
begraven van overledenen en voor het begraven of bijzetten van asbussen
van overledenen, gelegen aan de Markt te Prinsenbeek.
c. beheerder: degene die door het bestuur is
belast met de dagelijkse leiding en het beheer van de begraafplaats.
d. particulier (urnen-)graf: een ruimte op de
begraafplaats, bestemd voor het begraven van één of meer overledenen of
hun asbussen, waarvan het uitsluitend recht voor de duur van 20 jaar is
verleend aan één rechthebbende volgens de voorwaarden van dit reglement,
welk recht kan worden verlengd.
e. particulier urnennis: een ruimte in het
columbarium, bestemd voor het bijzetten van één of meer asbussen/urnen,
waarvan het uitsluitend recht voor de duur van 20 jaar is verleend aan
één rechthebbende volgens de voorwaarden van dit reglement, welk recht
kan worden verlengd.
f. rechthebbende: de meerderjarige persoon of
rechtspersoon aan wie het recht op een eigen (urnen-)graf of urnennis is
verleend.
g. grafrecht: het recht op een particulier
(urnen)graf voor twintig jaar, alsmede het recht op bewaring van één of
meer asbussen/urnen in een eigen urnennis voor twintig jaar.
h. bijzetting:
1. het begraven van een overledene in een graf
waarin reeds een overledene is begraven;
2. het begraven van een asbus/urn in een graf
waarin reeds een overledene of een asbus/urn is begraven;
3. het plaatsen van een urn op een graf, waarin
reeds een overledene of een asbus/urn is begraven;
4. het bijplaatsen van een asbus/urn in een
urnenbewaarplaats of urnennis van het columbarium.
i. asbus: hermetisch afgesloten koker met de as
van de overledene.
j. urn: voorwerp waarin één of meer asbussen zijn
opgeborgen. De bepalingen voor asbussen in dit Reglement gelden ook voor
urnen.
k. urnenbewaarplaats of columbarium:
voorziening op de begraafplaats waarin asbussen of urnen in een
onverbrekelijk afgesloten ruimte dan wel hecht aan de plaats van
bijzetting verbonden worden opgeborgen.
l. strooiveld terrein dat bestemd is om as te
verstrooien.
Bestuur
Artikel 2
Het bestuur is gebonden aan het Algemeen
Reglement voor het bestuur van een parochie van de Rooms Katholieke Kerk
in Nederland en ter zake van het beheer van de begraafplaats bovendien
aan dit Reglement.
Beheerder
Artikel 3
Het bestuur kan een van zijn leden of een andere persoon, in dit
reglement te noemen de beheerder, belasten met de dagelijkse leiding en
het beheer van de begraafplaats. De beheerder is bevoegd om namens het
bestuur opdrachten te verlenen, het beheer van de begraafplaats
betreffende en om namens het bestuur grafrechten te verlenen.
Regelingen vóór een begraving
Artikel 4
1. Voor de begraving of plaatsing van
een asbus dient aan de beheerder het verlof tot begraving of de
bereidverklaring tot het bezorgen van de as te worden getoond.
2. De voor de begraving en bewaring van een asbus noodzakelijke
bescheiden, zoals de grafakte en de kwitantie van betaling van de
verschuldigde rechten of een deugdelijk bewijs van begraving of bewaring
van een asbus voor rekening van derden en de eventuele autorisatie van
de rechthebbende moeten vóór de begraving c.q. bewaring aan de beheerder
worden overgelegd.
Bevorderen van natuurlijke ontbinding
Artikel 4a
1.
Het is verboden om een overledene te begraven in een zinken of
andere metalen of kunststof (binnen)kist.
2.
Bij de begraving van een overledene is het niet toegestaan deze
van een lijkhoes dan wel van een lijkomhulsel te voorzien, welke niet
voldoet aan het Lijkomhulselbesluit 1998 en alle overige wettelijk
voorgeschreven vereisten ten behoeve van de bevordering van de
lijkvertering en eventuele andere met deze regeling samenhangende
doeleinden.
De rechthebbende heeft er zorg voor te
dragen dat hijzelf dan wel de bij de lijkbezorging betrokken
uitvaartverzorger hiervoor afdoende maatregelen neemt en desgewenst op
verzoek van de beheerder een daartoe strekkende verklaring afgeeft.
3.
Het is verboden om in een kist of ander omhulsel voorwerpen of
objecten bij te sluiten die niet tot de kist of de overledene behoren,
anders dan kleine verteerbare grafgiften. De materialen die verwerkt
zijn in de lijkkist, de lijkhoes en de kleding van de overledene dienen
zoveel mogelijk van natuurlijk verteerbare aard te zijn. In geval van
ernstige en gerechtvaardigde twijfel of de materialen aan deze eis
voldoen, kan de beheerder een controle instellen. Blijken de gebruikte
materialen niet aan de eis te voldoen dan kan begraving geweigerd
worden.
4. De rechthebbende is
verantwoordelijk voor het naleven van de onder lid 1 t/m 3 vermelde
voorschriften. Eventuele schade en/of kosten tengevolge van
niet-naleving van deze voorschriften zullen op de rechthebbende worden
verhaald.
5. Indien blijkt dat een
uitvaartonderneming handelt of gehandeld heeft in strijd met het
reglement, kan het bestuur de begraving weigeren dan wel de betreffende
uitvaartondernemer, voor bepaalde tijd of blijvend, uitsluiten van het
verzorgen van begravingen op de begraafplaats.
De begraving van een overledene en de bewaring van een asbus
Artikel 5
1. Een begraving of de bewaring van een asbus geschiedt
op een dag en uur, met de beheerder tevoren overeen te komen en
volgens aanwijzing van de beheerder.
De begraafplaats is niet toegankelijk voor de lijkwagen of de
volgwagens. De beheerder kan, uitsluitend voor mindervalide personen,
uitzondering toestaan.
2. De
kist, dan wel het omhulsel en de asbus moeten zijn voorzien van een
registratienummer welk registratienummer moet worden opgenomen in het
register van de overledenen.
Werkzaamheden op de begraafplaats
Artikel 6
1. Het delven en dichten van graven, het openen van een
graf, het opdelven van stoffelijke resten en het bijzetten van asbussen
geschieden uitsluitend door het personeel van de begraafplaats of, in
opdracht van het bestuur, door derden.
2. Het bestuur geeft aan hen, die door de rechthebbenden
zijn belast met de bouw, de aanleg of het onderhoud van de graftekens
en/of beplantingen gelegenheid om hun werkzaamheden te verrichten op
tijden dat de begraafplaats daarvoor geopend is. Zij volgen hierbij de
aanwijzingen van de beheerder.
3. Geen werkzaamheden mogen worden verricht op zon- en
feestdagen en tijdens begravingen. Op zaterdagen mogen geen
werkzaamheden door beroepskrachten worden verricht, in opdracht van
rechthebbenden, maar is uitsluitend de grafverzorging door de
nabestaanden toegelaten.
4. Iedere dag dienen gereedschappen, afkomende materialen
en hulpmaterialen te worden meegenomen of te worden geplaatst of gestort
volgens aanwijzingen van de beheerder.
Bezoekers
Artikel 7
Het bestuur bepaalt de tijden, waarop de begraafplaats voor bezoekers
toegankelijk is. De begraafplaats is voor auto's en voor fietsen (al of
niet met hulpmotor) gesloten. De beheerder kan voor mindervaliden
uitzondering toestaan. Honden worden alleen aangelijnd op de
begraafplaats toegelaten. Bezoekers worden verzocht luidruchtigheid te
vermijden.
Voor het houden van dodenherdenkingen of
de plechtige onthulling van een grafteken moet tevoren schriftelijke
toestemming zijn verkregen van het bestuur.
Administratie
Artikel 8
1. Het bestuur is verantwoordelijk voor het voeren van de
administratie van de begraafplaats. De administratie bevat in ieder
geval het wettelijk verplichte register van de overledenen met
vermelding van hun registratienummer en aanduiding van de plaats op de
begraafplaats waar zij begraven zijn, alsmede een dergelijk register van
de bewaarde asbussen. Deze registers zijn openbaar. Daarnaast bestaat er
het nabestaandenbestand grafrechten, waarin de namen en adressen van
alle rechthebbenden worden geregistreerd.
2. Het boekjaar van de begraafplaats loopt van 1 januari
tot en met 31 december. Alle rechten, verleend in het eerste halfjaar
worden geacht te zijn verleend per 1 januari daaraan voorafgaand. Alle
rechten verleend in het tweede halfjaar worden geacht te zijn verleend
per 1 januari daaropvolgend.
II Het vestigen van de grafrechten
Schriftelijke overeenkomst
Artikel 9
1.
Een grafrecht wordt gevestigd door een schriftelijke
overeenkomst met het bestuur, genaamd grafakte.
2. Op de begraafplaats kunnen begraven worden:
- zij die als parochiaan staan ingeschreven bij de parochie en
zij
die met een parochiaan gehuwd waren;
- oud-parochianen die in een instelling voor gezondheidszorg
verblijven en die voorheen tot de parochie behoorden.
3. Het bestuur kan van lid 2 in uitzonderlijke gevallen
afwijken en toestaan dat anderen op de begraafplaats worden begraven.
Uitgifte van graven
Artikel 10
De graven van een gravenveld worden in volgorde, door de beheerder te
bepalen, uitgegeven. Het is niet mogelijk een bepaalde grafruimte te
reserveren, tenzij een recht wordt verworven als bedoeld in artikel 11.
Recht op particulier (urnen-)graf
Artikel 11
Het bestuur kan aan één meerderjarig persoon of rechtspersoon het
uitsluitend recht verlenen om voor twintig jaar gebruik te maken van een
bepaalde (urnen-) grafruimte, ten behoeve van hemzelf, de
echtgenoot, een bloed- of aanverwant tot en
met de vierde graad, of een pleeg- of stiefkind. Dit recht wordt
verleend onder de voorwaarden, in dit reglement gesteld of door het
bestuur later te stellen. In ieder geval moet betaling op grond van
artikel 39 van dit reglement zijn geschied en moet bij de
rechtsverkrijging schriftelijk worden vastgelegd dat het graf (artikel
42) kan worden geruimd wanneer dit recht, door welke oorzaak dan ook,
geëindigd is.
Adres rechthebbende
Artikel 12
De rechthebbende is verplicht zijn adres aan het bestuur op te geven,
alsmede de wijziging van zijn adres.
Overlijden rechthebbende
Artikel 13
1. Binnen
6 maanden na het overlijden van de rechthebbende dient het grafrecht na
een daartoe strekkend verzoek van de erfgena(a)m(en) te worden
overgeschreven op naam van de echtgenoot, een bloed- of aanverwant tot
en met de vierde graad, of een pleeg- of stiefkind overeenkomstig
artikel 14.
2. Indien
de rechthebbende is overleden en in het graf dient te worden begraven of
zijn asbus dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot
overschrijving als bedoeld in lid 1 van dit artikel voorafgaand aan die
begraving of bijzetting te worden gedaan.
Overdracht grafrecht
Artikel 14
1.
Een grafrecht kan worden overgedragen door overlegging aan
het bestuur van een door de rechthebbende en de betrokken rechtsopvolger
getekend bewijs van overdracht, met vermelding van de personalia en het
adres van de rechtsopvolger.
2. Overdracht
aan een ander dan de echtgenoot, een bloed- of
aanverwant tot en met de vierde graad of een, pleeg- of stiefkind
van de rechthebbende is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige
redenen bestaan naar het oordeel van het bestuur.
3. Een
rechthebbende kan afstand doen van grafrechten, zonder aanspraak te
kunnen maken op enige vergoeding. Afstand dient schriftelijk te
geschieden.
Weigering tot begraving of bijzetting
Artikel 15
Het bestuur behoudt zich het recht voor, ook nadat grafrechten zijn
verleend, om canonieke redenen begraving van een overledene en met name
de bijzetting in een eigen (urnen)graf of in een urnennis te weigeren,
onder teruggave van de reeds betaalde rechten, of alleen de begraving op
een bepaald gedeelte van de begraafplaats toe te staan.
Ontbindende voorwaarden grafrechten
Artikel 16
Het bestuur verleent grafrechten uitdrukkelijk voor de tijd, gedurende
welke het terreingedeelte, waarin zich de (urnen-)graven bevinden, tot
de begraafplaats blijft behoren en voor de tijd dat de begraafplaats in
exploitatie blijft.
Aan de toegekende grafrechten kan geen titel ontleend worden zich te
verzetten tegen de bestemmingsverandering van (een gedeelte van) de
begraafplaats of tegen de voorgenomen sluiting of gesloten verklaring
van de begraafplaats.
III Het verlengen van de grafrechten
Schriftelijk informeren van de rechthebbende
Artikel 17
1.
Het bestuur zal uiterlijk één jaar vóór het verstrijken van een termijn,
waarvoor grafrechten zijn verleend en die kunnen worden verlengd, de
rechthebbende schriftelijk attenderen op het aflopen
van de grafrechten en de voorwaarden bekend maken, waaronder deze
grafrechten kunnen worden verlengd voor een termijn van tien jaar.
2. Indien niet binnen drie maanden na verzending van de
mededeling om verlenging van de termijn van het grafrecht is verzocht
dan zal van het aflopen van de termijn door een zichtbare mededeling
melding worden gemaakt bij het graf en bij de ingang van de
begraafplaats. De mededeling blijft gedurende één jaar aanwezig maar
tenminste tot het einde van de termijn van het grafrecht.
Verzoek rechthebbende
Artikel 18
1. Een rechthebbende kan binnen twee jaren voor de
afloop van de termijn schriftelijk verlenging van zijn rechten aanvragen
voor een aansluitende termijn van tien jaren.
2. Het bestuur zal een aanvrage ingevolge lid 1
inwilligen, in zoverre van het recht tot begraven gebruik is gemaakt en
geen bijzondere redenen, zoals de voorgenomen ruiming van een
gravenveld, zich daartegen verzetten.
Voorwaarden voor verlenging
Artikel 19
De verlenging van grafrechten wordt slechts verleend
wanneer het onderhoud van het graf zich naar het oordeel van het bestuur
niet bevindt in kennelijke staat van verwaarlozing en op de voorwaarden
geldend op het tijdstip waarop de verlenging ingaat en volgens de alsdan
geldende tarieven.
Verlenging bij bijzetting
Artikel 20
Wanneer in een particulier (urnen-)graf
bestemd tot het begraven van meerdere overledenen of hun asbussen/urnen
een bijzetting plaats vindt, wordt een lopende termijn van het grafrecht
verlengd met een periode van 10 jaar, indien de lopende termijn van het
grafrecht wordt overschreden door de wettelijke minimum-grafrusttermijn
van 10 jaar van degene die wordt bijgezet. Het nog niet verstreken
gedeelte van de lopende termijn wordt met de verlenging verrekend.
De verlengde periode is te
rekenen vanaf de datum van bijzetting.
IV Einde van de grafrechten
Artikel 21
De grafrechten vervallen:
a. door het verlopen van de gestelde termijn met
inachtneming van het bepaalde in artikel 17;
b. indien de tarieven overeenkomstig artikel 39 van dit
reglement niet binnen één jaar na het vestigen of verlengen van het
grafrecht zijn betaald;
c. indien een terreingedeelte, waarin zich de (urnen-)graven bevinden, aan de bestemming van begraafplaats wordt
onttrokken of wanneer de begraafplaats niet meer als zodanig wordt
geëxploiteerd, overeenkomstig artikel 16;
d. indien de aankondiging van het aflopen van de termijn
van het grafrecht overeenkomstig artikel 17 bij het graf en bij de
ingang van de begraafplaats zichtbaar vermeld is geweest en de
rechthebbende gedurende die periode niet heeft gereageerd.
e. indien de rechthebbende het onderhoud van grafteken of
beplanting verwaarloost en na sommatie weigert te doen herstellen of de
herstelkosten te voldoen, overeenkomstig artikel 35;
f. indien de rechthebbende bij onderhandse verklaring
afstand doet van een verkregen grafrecht. Wanneer nog geen gebruik werd
gemaakt van het recht tot begraven kan een evenredige terugbetaling
plaatsvinden.
IVa Her recht tot asverstrooiing.
Artikel 21a
Het recht om as te verstrooien wordt verkregen door
schriftelijke toestemming van het bestuur.
V Indeling van de begraafplaats en onderscheid van
de graven
Indeling door bestuur
Artikel 22
Het bestuur behoudt zich het recht voor de aanleg en de indeling van de
begraafplaats, de bestemming van de gravenvelden en het onderscheid in (urnen-)graven vast te stellen en te wijzigen.
Soorten van graven
Artikel 23
1. Het bestuur verleent rechten op het tijdelijk gebruik
van:
a. een particulier enkel of dubbel graf in een vak,
waarop toegelaten worden graftekens van het betreffende model.
Bijzetting van een asbus of urn is toegestaan.
b. een particulier kindergraf of een particulier
graf voor een doodgeborene of een onvoldragen vrucht in een kindervak,
waarop toegelaten worden graftekens na afzonderlijke goedkeuring.
Bijzetting van een asbus of urn is niet toegestaan.
c. een particulier urnengraf in een urnengravenveld,
waarop toegelaten worden graftekens van het betreffende model.
d een particulier urnennis in het columbarium,
waarin toegelaten worden gedenkplaten van het betreffende model.
2. De modellen graftekens
worden omschreven in de voorschriften voor het toelaten van graftekens
en grafbeplantingen, zoals voorzien in artikel 33.
Familiegraven
Artikel 24
Familiegraven voor het begraven van meer dan twee overledenen worden
niet toegestaan.
Enkele graven
Artikel 25
In een enkel graf mag slechts één persoon begraven worden.
Alleen de als rechthebbende ingeschreven
persoon kan degenen aanwijzen die na overlijden in een enkel graf worden
begraven.
Dubbele graven
Artikel 26
Een dubbel graf is bestemd voor het begraven van twee met namen
aangeduide overledenen dan wel één overledene en één asbus/urn. In een
dubbel graf worden twee overledenen, daar waar de grond daartoe geschikt
is, boven elkaar begraven.
Alleen de als rechthebbende ingeschreven
persoon kan degenen aanwijzen, die na overlijden in een dubbel graf
mogen worden begraven of bijgezet.
Kindergraven
Artikel 27
In een kindergraf wordt een overleden kind begraven dat niet ouder was
dan 12 jaar.
particulier urnengraf
Artikel 28
In een particulier urnengraf kunnen een of twee asbussen/urnen worden
begraven
Strooiveld
Artikel 28a
Het strooiveld is bestemd voor verstrooiing van as.
Op het strooiveld
mogen geen graf- of gedenktekens worden geplaatst.
Grafkelders
Artikel 29
Grafkelders worden niet toegestaan
VI Asbussen
Bewaring van asbussen
Artikel 30
Asbussen kunnen op de begraafplaats bewaard worden door bijzetting:
a. in een bestaand graf;
b. in een particulier urnengraf dat deel uitmaakt van een
gravenveld van urnen;
c. op een bestaand graf in een urn, die hecht aan de
ondergrond is verbonden;
d. in een particulier urnennis in het columbarium op de
begraafplaats.
Recht op het bewaren van een asbus
Artikel 31
De artikelen 9 t/m 16 zijn van overeenkomstige toepassing voor degenen
die een recht willen vestigen op het bewaren van een asbus/urn op de
begraafplaats op een van de in artikel 30 genoemde wijzen
Ruiming van asbussen
Artikel 32
Ruiming door het bestuur van een asbus na het vervallen van het recht op
bewaren van de asbus geschiedt door verstrooiing van de as.
Asverstrooiing
Artikel 32a
Op het strooiveld kan as worden verstrooid zonder
voorafgaande vestiging van een grafrecht.
VII Graftekens en grafbeplantingen
Vergunning
Artikel 33
1.
Het bestuur kan uitsluitend aan rechthebbenden vergunning
verlenen om graftekens en/of beplantingen op particuliere graven te doen
aanbrengen. Deze moeten voldoen aan de “Voorschriften voor het toelaten
van graftekens en grafbeplantingen” behorende tot dit reglement en die
door het bestuur zijn vastgesteld. Deze voorschriften worden aan iedere
belanghebbende verstrekt. Graftekens en/of beplantingen, die naar het
oordeel van het bestuur niet in overeenstemming zijn met deze
voorschriften, worden door het bestuur geweigerd en kunnen na
aangebracht te zijn door het bestuur op kosten van de rechthebbende
worden verwijderd.
2. Indien blijkt dat een steenhouwer of
leverancier van graftekens handelt of gehandeld heeft in strijd met het
reglement of de voorschriften voor het toelaten van graftekens en
grafbeplantingen, kan het bestuur het plaatsen van het grafteken
weigeren en/of de desbetreffende steenhouwer of leverancier voor
bepaalde tijd of blijvend uitsluiten van het plaatsen van graftekens op
de begraafplaats.
Risico schade aan graftekens
Artikel 34
1. Gedurende de termijn van het
grafrecht blijven de graftekens en de grafbeplanting eigendom van de
rechthebbende. Het bestuur aanvaardt deze graftekens en grafbeplanting
niet in beheer. Dit betekent dat de rechthebbende verantwoordelijk is
voor de voorwerpen die zich op de graven bevinden, alsmede voor het
onderhoud, met inachtneming van het bepaalde in artikel 35.
2. Schade aan graftekens ontstaan door storm, vandalisme wordt door
het bestuur uitsluitend vergoed voor zover deze risico's door een
verzekeringsovereenkomst van het bestuur zijn gedekt.
3. Schade veroorzaakt door op de begraafplaats uitgevoerde
werkzaamheden door personeel van de begraafplaats wordt door het bestuur
uitsluitend vergoed tot het bedrag waarvoor deze risico’s door de
desbetreffende verzekeringsovereenkomst van het bestuur worden gedekt.
Onderhoud graftekens en grafbeplanting
Artikel 35
1. De graftekens en grafbeplantingen moeten ten genoegen van het
bestuur worden onderhouden door de rechthebbenden. Onder behoorlijk
onderhoud wordt mede verstaan het doen herstellen, vernieuwen of
waterpas stellen van graftekens en/of beplanting.
2. In geval van kennelijke verwaarlozing van het
onderhoud van een particulier graf, kan het bestuur, voor zover de
plicht tot onderhoud niet bij hem ligt, deze verwaarlozing vastleggen in
een schriftelijke verklaring, die het toezend aan de rechthebbende, die
binnen één jaar na ontvangst in het onderhoud moet voorzien.
3. Indien de ontvangst van de verklaring, bedoeld in het
tweede lid, niet bevestigd wordt, maakt het bestuur de verklaring bekend
bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats, gedurende een
periode van vijf jaar dan wel totdat in die periode in het onderhoud is
voorzien..
4. Indien toepassing is gegeven aan het tweede of derde
lid en niet alsnog niet in het onderhoud van het graf is voorzien,
vervalt het recht op het graf op het moment dat de periode van één dan
wel vijf jaar, bedoeld in het tweede respectievelijk derde lid, is
verstreken.
5. Indien het recht op het graf nog geen tien jaar is
gevestigd op het moment dat de periode, bedoeld in het derde lid is
verstreken, blijft de bekendmaking in stand totdat de periode van tien
jaar is verstreken dan wel totdat in die periode in het onderhoud is
voorzien. Indien niet voordien in het onderhoud van het graf is
voorzien, vervalt het recht op het graf zodra de termijn van tien jaar
is verstreken.
6. Het bestuur en in spoedeisende gevallen de beheerder,
heeft de bevoegdheid om onmiddellijk alle maatregelen te treffen die
noodzakelijk zijn om eventuele veiligheidsrisico’s te voorkomen en om
aantastingen van de waardigheid van de begraafplaats op te heffen. De
kosten van deze maatregelen kunnen op de rechthebbende worden verhaald
indien de betreffende situatie is ontstaan doordat de voorschriften voor
graftekens en grafbeplantingen niet zijn nageleefd, door nalatigheid in
onderhoud of anderszins door omstandigheden die toe te rekenen zijn aan
de rechthebbende of in diens risicosfeer liggen.
Plaatsen, verwijderen, herplaatsen van een grafteken door
rechthebbende
Artikel 36
Opdracht tot het plaatsen van een grafteken, tot het verwijderen van een
grafteken voor een bijzetting en tot het herplaatsen daarvan na
een bijzetting moet worden gegeven door de rechthebbende. Wanneer een
verwijderd grafteken zich op de begraafplaats bevindt en niet binnen
drie maanden na de bijzetting wordt herplaatst is het bestuur gerechtigd
de delen daarvan van de begraafplaats te doen verwijderen en te doen
vernietigen op kosten van de rechthebbende.
Tijdelijke verwijdering grafteken door de beheerder
Artikel 37
1. Indien het vanwege het beheer van de begraafplaats
naar het oordeel van de beheerder nodig is, kunnen het grafteken en/of
de beplanting van het graf van een rechthebbende op last van en voor
rekening van het bestuur worden weggenomen en kan op het graf tijdelijk
zand worden gedeponeerd. De rechthebbende wordt hiervan tevoren in
kennis gesteld.
2. Verwelkte bloemen en ontsierende voorwerpen kunnen door
de beheerder zonder voorafgaande waarschuwing van de graven worden
verwijderd.
Verwijdering graftekens na einde grafrecht
Artikel 38
Binnen drie maanden na het eindigen van
het grafrecht kunnen grafteken en/of beplanting door de rechthebbende
van het graf worden verwijderd. Na verloop van drie maanden wordt de
rechthebbende geacht geen prijs te stellen op het weer in bezit nemen
van grafteken en/of beplanting en is het bestuur gerechtigd deze te doen
verwijderen en te doen vernietigen, zonder dat enigerlei vergoeding
hiervoor jegens de rechthebbende verschuldigd is.
VIII Tarieven en onderhoud
Tarieven
Artikel 39
1. Voor
het vestigen en verlengen van een grafrecht, voor bijzettingen, voor
onderhoud en voor het verwijderen van graftekens en/of beplanting bij
einde van de termijn waarvoor een grafrecht is aangegaan en voor
verstrooiing van as zonder voorafgaande vestiging van een grafrecht
worden tarieven geheven.
Deze zijn als volgt samengesteld:
a. een bedrag voor delvingskosten van het (urnen-)
graf of plaatsingskosten in de urnennis;
b.
een bedrag voor het grafrecht.
Het bedrag voor delvingskosten of plaatsingskosten is inclusief de
kosten voor het algemeen beheer en de administratie van de
begraafplaats.
Het bedrag voor het grafrecht is
inclusief de kosten van het door het bestuur uit te voeren algemeen
onderhoud van de begraafplaats voor de duur van het grafrecht, alsmede
de kosten van verwijdering en vernietiging van het grafteken inclusief
fundering en/of de grafbeplanting na het eindigen van het grafrecht.
2. Het
bestuur stelt een afzonderlijke lijst op van de voor de begraafplaats
geldende tarieven.
Algemeen onderhoud
Artikel 40
Het bestuur zal zorg dragen dat de afrasteringen en/of ommuringen, de
gebouwen, de paden, de groenvoorziening en de beplanting van de
begraafplaats worden onderhouden. Tot dit onderhoud van de begraafplaats
behoren de werkzaamheden aan de groenvoorziening en de beplanting op en
onmiddellijk achter de graven, in zoverre deze niet overeenkomstig
artikel 33 door de rechthebbende zijn aangebracht.
Beperking onderhoudsverplichting
Artikel 41
Het bestuur is verplicht het in artikel 40 omschreven onderhoud
jaarlijks uit te voeren of te laten verrichten.
Bij sluiting of gesloten verklaring van de begraafplaats zal het bestuur
de omvang van de onderhoudsverplichting opnieuw vaststellen.
Ruiming van graven en asbussen
Artikel 42
Het bestuur heeft het recht de (urnen-)graven en de in de urnennissen
bewaarde asbussen, waarvan de rechten meer dan drie maanden vervallen
zijn, te doen ruimen, met in achtneming van de wettelijke termijn.
IX Overgangsbepaling
Artikel 43
1. Voor in het verleden verleende grafrechten waarvan de
tijdsduur niet meer aantoonbaar vast te stellen was, heeft het reglement
van 6 januari 1997 de termijn gesteld op 20 jaren na inwerkingtreding
van dat reglement.
Het huidige reglement vervangt dit reglement en gaat
uit van het toen bepaalde ten aanzien van de genoemde grafrechten. Het
tariefonderdeel voor het grafrecht, zoals bedoeld in artikel 39, lid 1
sub b, is derhalve gedurende deze periode niet verschuldigd.
2.
Rechthebbende met een grafrecht dat aantoonbaar voor onbe- paalde
tijd is verleend, zijn niet het tariefonderdeel verschuldigd voor het
grafrecht, zoals bedoeld in artikel 39, lid 1, sub b.
X Slotbepalingen
Tijdelijk buiten gebruik stellen van een gedeelte van de
begraafplaats
Artikel 44
Het bestuur kan, bij een voorgenomen
herstructurering van een gedeelte van de begraafplaats, het betreffende
gedeelte tijdelijk buiten gebruik stellen.
Bij het tijdelijk buiten gebruik stellen
is een begraving alleen mogelijk, indien er reeds een grafrecht was
gevestigd (reservering), tenzij duidelijk is dat het graf, na
herstructurering, niet op dezelfde plaats gehandhaafd kan blijven. In
dat geval zal door het bestuur, in overleg met de rechthebbende, voor
het graf een nieuwe locatie op de begraafplaats bepaald worden.
Bij het
tijdelijk buiten gebruik stellen is een verlenging van het grafrecht
mogelijk tot het geplande jaar van herstructurering en vervolgens, in
het jaar van herstructurering, voor het resterende aantal tot tien
jaren. Een verlenging van tien jaren is dan ook mogelijk.
Het kan
onvermijdelijk zijn dat, ten behoeve van een goede herstructurering,
stoffelijke resten moeten worden herbegraven. Dit zal altijd geschieden
in overleg met de rechthebbende en op kosten van het bestuur.
Sluiting van de begraafplaats
Artikel 45
Het bestuur behoudt zich het recht voor de begraafplaats voor
begravingen en voor het bewaren van asbussen te sluiten of gesloten te
doen verklaren. Uitsluitend de betalingen voor begravingen, waarvan nog
geen gebruik is gemaakt, worden daarna door het bestuur aan
rechthebbende gerestitueerd.
Het bestuur is niet aansprakelijk voor opgravings- en
overplaatsingskosten van resten en/of graftekens naar andere
begraafplaatsen.
Klachten
Artikel 46
Belanghebbenden kunnen omtrent feitelijke handelingen betreffende de
begraafplaats bij het bestuur een schriftelijke klacht indienen. Het
bestuur zal binnen dertig dagen na ontvangst van de klacht beslissen en
de klager schriftelijk daarvan in kennis stellen.
Onvoorzien
Artikel 47
In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.
Vervallenverklaring eerdere reglementen
Artikel 48
Het bestuur herroept de bepalingen en voorschriften van eerdere
reglementen, de begraafplaats betreffende en stelt dit reglement
daarvoor in de plaats.
Wijziging reglement
Artikel 49
Dit reglement heeft de goedkeuring van de bisschop van Breda
Het bestuur is gerechtigd dit reglement te wijzigen.
Wijzigingen in dit reglement behoeven eveneens de goedkeuring van
genoemde bisschop.
De rechthebbenden worden van de voor hun noodzakelijke wijzigingen in
kennis gesteld.
Dit reglement is vastgesteld in de
vergadering van het bestuur op 17 november 2010
Dit reglement is op 19 november 2010
goedgekeurd door de bisschop van Breda.
Dit reglement is van toepassing
verklaard met ingang van 1 december 2010.
De vicevoorzitter, De wnd.
secretaris,
L.J.M. Moeleker
R.C.P.M. Witte
Door mij gezien en goedgekeurd,
Mgr. Dr. J.H.J. van den Hende
bisschop van Breda
voor deze
Drs. V.G.P.J.M. Schoenmakers,
Vicaris-generaal
Breda, 19 november 2010-11-28
Nr. 21/571/2010
VOORSCHRIFTEN VOOR HET TOELATEN VAN
GRAFTEKENS EN GRAFBEPLANTINGEN
Voorschriften voor het toelaten van graftekens en grafbeplantingen op de
begraafplaats van de R.K. Parochie O.L.Vrouw ten Hemelopneming, gelegen
aan de Markt in Prinsenbeek
Deze voorschriften behoren tot artikel 33 van het reglement van de
begraafplaats voornoemd, vastgesteld door het bestuur op 14 november
2006.
Artikel 1
Bij de beheerder van de begraafplaats is voor iedere belanghebbende ter
inzage het indelingsplan van de begraafplaats, verdeeld in vakken. Op
dit indelingsplan zijn de vakken met cijfers en letters aangegeven.
Artikel 2
Voordat op een graf een grafteken of een beplanting wordt toegelaten
moet bij het bestuur een getekende grafakte aanwezig zijn.
Artikel 3
a. op de graven worden toegelaten
liggende zerken, in de maximale afmetingen van 190 cm lengte en 90 cm
breedte; met een minimale dikte van 7 cm.;
b. op de graven worden toegelaten
staande graftekens, in de maximale afmetingen van110 cm hoogte en 90 cm
breedte; met een minimale dikte van 7 cm.;
c. indien geen zerk en/of grafteken
wordt geplaatst, is grafbeplanting op de gehele oppervlakte van het graf
toegestaan (190cm in de lengte en 90 cm in de breedte);
d. andere grafbedekking behoeft de
goedkeuring van het bestuur;
e. op de urnengraven worden alleen
liggende zerken toegelaten in de afmetingen van 50 cm lengte en 50 cm
breedte; met een minimale dikte van 5 cm.;
f. om de urnengraven mogen banden
worden aangebracht van maximaal 90 cm in de lengte 70 cm in de breedte
en met een minimale hoogte van 3 cm;
g. indien een urnennis met een
gedenkplaat wordt afgesloten, dient deze volgens een door het bestuur
voorgeschreven afmeting, kleur en model te zijn.
Toegestane kleuren: verde,
candea groen, impala antraciet, paradiso violet, zwart graniet (marlin),
licht labrador.
Artikel 4
Het bestuur kan, in afwijking van artikel 3, een afwijkend model
toestaan, mits het ontwerp daarvan tevoren schriftelijk is goedgekeurd.
Artikel 5
1. Zerken, graftekens en gedenkplaten moeten worden vervaardigd uit één
stuk weerbestendige natuursteen (hardsteen, graniet of wit marmer).
Een zerk of grafteken kan worden geplaatst op een afzonderlijke sokkel
van dezelfde natuursteen, mits de verankering geschiedt met
roestvaststalen of koperen deuvels of draadeinden met een diameter van
10 mm. De deuvels of draadeinden dienen te worden aangebracht op een
onderlinge afstand van maximaal 200 mm, waarbij de buitenste deuvels of
draadeinden op maximaal 100 mm uit de buitenkant dienen te zijn
geplaatst. De deuvels of draadeinden dienen met vullijm in het hart van
de steen te worden bevestigd.
Op iedere deuvel of draadeinde moet een minimale trekkracht van 1700 kg.
kunnen worden uitgeoefend. De deuvels of draadeinden dienen in de sokkel
op dezelfde wijze te worden bevestigd als in de opstaande steen.
Zerken, graftekens en gedenkplaten van ander materiaal worden niet
toegelaten dan na goedkeuring van het bestuur van de begraafplaats.
2. Het bestuur of de beheerder kan, ter toetsing van het gestelde in
het vorige lid, eisen dat de steenhouwer of leverancier de offerte voor
plaatsing van de zerk of grafteken vooraf aan hem voorlegt.
Artikel 6
1. Zerken
en graftekens moeten worden geplaatst op een doelmatige fundering ten
genoegen van het bestuur.
Wanneer in een vak door het bestuur doorgaande funderingsstroken
zijn aangebracht dient hiervan gebruik te worden gemaakt.
2. Urnen
die op een graf worden bijgezet, dienen hecht aan de ondergrond te
worden verbonden ten genoegen van het bestuur.
Artikel 7
De grafbeplanting mag geen groter oppervlak begroeien dan het graf of de
bestemde grafstrook, met een maximale hoogte van 1.20 meter.
Artikel 8
De inscripties, zerken, graftekens en urnen mogen niet storend of
grievend zijn voor nabestaanden of bezoekers ter beoordeling door het
bestuur.
Artikel 9
Op de begraafplaats worden niet toegelaten:
a.
ingestrooid grind of marmerslag tenzij dit afdoende wordt ingesloten
door grafbanden met een minimale hoogte van 3 cm boven het grint of de
marmerslag;
b. ijzeren
hekken;
c. palen
met buizen of kettingen.
Artikel 10
Het plaatsen van een firmanaam of enige andere reclame op zerken of
graftekens is niet toegestaan.
Artikel 11
De uitvaartverzorgers en de leveranciers van graftekens worden geacht
kennis te dragen van het reglement van de begraafplaats en daarnaar te
handelen.
Artikel 12
Betreffende de werkzaamheden op de graven bepaalt artikel 6 van het
reglement van de begraafplaats:
1. Het
delven of dichten van graven, het openen van een graf en het opdelven
van stoffelijke resten en het bijzetten van asbussen mag uitsluitend
geschieden door het personeel van de begraafplaats of, in opdracht van
het bestuur, door derden.
2. Het
bestuur geeft aan hen, die door de rechthebbenden zijn belast met de
bouw, de aanleg of het onderhoud van de graftekens en/of
grafbeplantingen gelegenheid om hun werkzaamheden te verrichten op
tijden dat de begraafplaats daarvoor geopend is. Zij volgen hierbij de
aanwijzingen van de beheerder.
3. Geen
werkzaamheden mogen worden verricht op zon- en feestdagen en tijdens
begravingen. Op zaterdagen mogen geen werkzaamheden door beroepskrachten
worden verricht, in opdracht van rechthebbenden, maar is uitsluitend de
grafverzorging door de nabestaanden toegelaten.
4. Iedere
dag dienen gereedschappen, afkomende materialen en hulpmaterialen te
worden meegenomen of te worden geplaatst of gestort volgens aanwijzing
van de beheerder.
Artikel 13
Voor het plaatsen van zerken en graftekens en het bijzetten van urnen
wordt door het bestuur geen rechten geheven.
Artikel 14
Vóór het plaatsen van een zerk of grafteken en vóór het bijzetten van
een urn dient de rechthebbende – of de leverancier namens de
rechthebbende -, op te vragen bij de beheerder de juiste ligging van een
graf, met vermelding van de naam van de overledene, de datum van
begraving, de naam van de rechthebbende met vermelding van de naam van
de leverancier. De grafaanduiding zal door de beheerder aan de aanvrager
worden medegedeeld.
Artikel 15
Een zerk of een grafteken dient voor een bijzetting zo spoedig mogelijk
na het overlijden doch uiterlijk 24 uur voor de begraving zodanig van
het graf te worden verwijderd, dat het graf kan worden gedolven.
Funderingsresten dienen op aanwijzing van de beheerder eveneens te
worden verwijderd. Zerk of grafteken dient van de begraafplaats te
worden afgevoerd of tijdelijk te worden opgeslagen op aanwijzing van de
beheerder.
Tevens bepaalt artikel 36 van het reglement van de begraafplaats het
volgende:
Opdracht tot het plaatsen van een grafteken, tot het verwijderen van een
grafteken voor een bijzetting en tot het herplaatsen daarvan na een
bijzetting moet worden gegeven door de rechthebbende.
Wanneer een verwijderd grafteken zich op de begraafplaats bevindt en
niet binnen drie maanden na de bijzetting wordt herplaatst, is het
bestuur gerechtigd de delen daarvan van de begraafplaats te doen
verwijderen en te doen vernietigen op kosten van de rechthebbende.
Artikel 16
Artikel 29 van het reglement bepaalt dat grafkelders niet zijn
toegestaan.
Artikel 17
Voor werkzaamheden op de graven door beroepskrachten is de begraafplaats
geopend op de vijf werkdagen van 8 uur tot 17 uur.
Buiten deze uren is het de leveranciers van zerken en graftekens en
urnen niet toegestaan zich op de begraafplaats te bevinden, tenzij met
goedvinden van de beheerder.
Artikel 18
Het is niet toegestaan voor werkzaamheden op de graven gedeelten van de
beplanting of de groenvoorziening, niet tot het graf behorende, te
verwijderen.
Bij vermeende hinder wordt contact opgenomen met de beheerder.
Artikel 19
Alleen de verharde wegen en paden, door de beheerder daartoe aangewezen,
mogen worden bereden door vervoersmiddelen van de ondernemers.
De beheerder is bevoegd een vervoermiddel met een naar zijn oordeel te
hoge wieldruk of te grote afmeting de toegang tot de begraafplaats
geheel te ontzeggen.
Artikel 20
De ondernemers zijn aansprakelijk voor letsel en schade toegebracht aan
personen of zaken op de begraafplaats.
Artikel 21
Personen, belast met werkzaamheden op de graven, dienen minstens 16 jaar
oud te zijn en naar het oordeel van de beheerder behoorlijk gekleed, ook
in de zomer. Gebruik van radioapparatuur is verboden.
Artikel 22
De ondernemers dienen zorg te dragen voor voldoende eigen personeel voor
laden, lossen en transport. Zij mogen geen rechtstreeks beroep doen op
assistentie door het personeel van de begraafplaats of de werknemers van
de tuinonderhoudsdienst. Een verzoek tot het verlenen van hulp in
bijzondere omstandigheden dient te worden gericht tot de beheerder.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het bestuur op 17 november 2010
en van toepassing vanaf 1 december 2010.
de vicevoorzitter, de wnd. secretaris,
L.J.M. Moeleker R.C.P.M. Witte
BESLUITEN TER UITVOERING
VAN HET REGLEMENT
Besluiten ter uitvoering van het op 17 november 2010 vastgestelde en op
1 december 2010 in werking getreden reglement voor het beheer van de
begraafplaats van de R.K. Parochie O.L.Vrouw ten Hemelopneming, gelegen
aan de Markt te Prinsenbeek.
Besluit ingevolge Artikel 3:
Beheerder
Het bestuur wijst de heer L.N.A.M.
Smits aan als beheerder.
Plaatsvervangend beheerder is de
heer T.W.C.W. van den Hoven.
Besluit ingevolge Artikel 7:
Bezoekers
Voor bezoekers is de begraafplaats dagelijks toegankelijk. In de periode
1 april tot 1 oktober tussen 8.30 en 21.00 uur en in de periode van 1
oktober tot 1 april van 9.00 tot 18.00 uur.
Besluit ingevolge Artikel 22: Indeling, bestemming en onderscheid
A.
De indeling
en de toekomstige bestemming van de begraaf-plaats is als volgt:
Achter op de begraafplaats, van links naar rechts:
OAL
= Oud-Achter-Links,
voor enkele graven;
OAR
= Oud-Achter-Rechts,
voor dubbele graven, tot 2013 tijdelijk buiten gebruik gesteld;
NAL
= Nieuw-Achter-Links,
voor dubbele graven, tot 2013 tijdelijk buiten gebruik gesteld;
NAR
= Nieuw-Achter-Rechts,
voor dubbele graven, tot 2013 tijdelijk buiten gebruik gesteld;
NNR = Nieuw-Nieuw-Rechts, voor dubbele graven.
Vóór
op de begraafplaats (bij de bezoekersingang), van links naar rechts:
OVL
= Oud-Voor-Links,
voor enkele -, dubbele -, kindergraven en urnengraven;
OVR
= Oud-Voor-Rechts,
voor enkele graven en kindergraven;
NVL
= Nieuw-Voor-Links,
voor enkele graven;
NVR
= Nieuw-Voor-Rechts,
voor enkele graven.
Twee heuvels
(Anna en Gertrudis) voor urnengraven.
Urnenmuur
(Maria, Matheus, Marcus, Lucas en Johannes) met nissen voor urnen/asbussen.
Strooiveld
gelegen links voor de urnenmuur
Monumentje ter gedachtenis aan
doodgeboren en ongedoopte kinderen
gelegen rechts voor de urnenmuur.
De aldus
vastgestelde indeling met plaats van de graven, heuvels en urnenmuur is
aangeduid op tekeningen, die aanwezig zijn bij de beheerder en bij het
secretariaat van de parochie. Voor belang-hebbenden is inzage mogelijk.
B.
Het volgende onderscheid
wordt vastgesteld:
a. enkel graf
b. dubbel graf
c. kindergraf (incl. graf voor een
doodgeborene of voor een onvol-dragen vrucht)
d. urnengraf
e. urnennis.
Aantekening bij dit besluit:
Een klein deel van de begraafplaats,
op Oud-Voor-Links, is eerder als “ongewijde aarde”
aangeduid. In dit gedeelte kunnen anderen dan leden van de R.K. parochie
worden begraven.
Besluit ingevolge Artikel 39:
Tarieven
De actuele tarieven
van
-
delvings- en plaatsingskosten;
-
vestigen en verlengen van grafrechten
-
asverstrooiing
staan gepubliceerd op
de website van de parochie
www.parochieprinsenbeek.nl
en zijn opvraagbaar
bij het secretariaat van de parochie.
Het secretariaat is
geopend op werkdagen van 9.00 tot 12.00 uur
Markt 34 4841 AC
Prinsenbeek Telefoon 076- 5412231
De tarieven van
delvings- en plaatsingskosten en van vestiging en verlenging van
grafrechten staan ook vermeld in de grafakte.
Besluit ingevolge Artikel 44:
Tijdelijke buiten gebruik stellen van een gedeelte van de
begraafplaats
In verband met de voorgenomen herstructurering van een gedeelte van de
begraafplaats in 2013, heeft het bestuur de locaties
OAL = Oud-Achter-Links
OAR
= Oud-Achter-Rechts,
NAL
= Nieuw-Achter-Links
en
NAR
= Nieuw-Achter-Rechts,
tijdelijk buiten gebruik gesteld tot
2013.
Voor de begraafplaats gelden voorts
de Wet op de Lijkbezorging van 1991 laatstelijk gewijzigd per 1 januari
2010, en andere overheids-voorschriften, betrekking hebbende op
begravingen en asbestemming.
In onvoorziene gevallen beslist het
bestuur van de parochie.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het bestuur op 17 november 2010
en in werking getreden op 1 december 2010.
de vicevoorzitter, de wnd.
secretaris,
L.J.M. Moeleker R.C.P.M. Witte
I
|